Omgevingsregeling

Inhoud

Artikel bijlage-xxxi

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.

bij artikel 9.36 van deze regeling (bemonsteren en analyseren bij het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib)

Bijlage XXXI — bij artikel 9.36 van deze regeling (bemonsteren en analyseren bij het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib)

Bemonstering van de bodem

In deze bijlage wordt verstaan onder:

homogeen perceel: perceel bouwland of grasland waar zowel het gehalte aan organische stof als het gehalte aan lutum tussen de bodemmonsters niet meer verschilt dan 5%-punten;

niet-homogeen perceel: perceel bouwland of grasland waar zowel het gehalte aan organische stof als het gehalte aan lutum tussen de bodemmonsters meer verschilt dan 5%-punten.

Bemonsteren van een perceel

Grootte (in ha)

Type perceel

Onderverdeling in deelpercelen met homogene samenstelling

Minimum aantal inzendmonsters

Minimum gewicht inzendmonster (in g)

Bemonsteringsdiepte (in cm)

0 tot 1

Zowel homogeen als niet-homogeen

N.v.t.

1 per perceel

500

25

1 tot 3

Homogeen

N.v.t.

1 per perceel

500

25

1 tot 3

Niet homogeen

Ja

1 per deelperceel

500

25

3 en meer

Niet homogeen

Ja met een deelperceel van ten hoogste 3 ha.

1 per deelperceel

500

25

De monsters worden verzameld met een gutsboor. De gutsboor heeft een diameter van 22 mm en is volledig met grond gevuld.

De monsters worden verzameld in schone opvangvaten of opvangzakken die zijn vervaardigd uit of bekleed met polyethyleen.

Een inzendmonster bestaat uit 40 steken met de gutsboor. Deze worden systematisch genomen door in zig-zag gangen over het perceel te gaan, zodanig dat elk gedeelte van de te bemonsteren oppervlakte een gelijke kans heeft om in het inzendmonster te worden opgenomen. De kanten van het perceel en grove onregelmatigheden in het perceel (slootwallen, diepe greppels, melkplaatsen) worden niet bemonsterd. Op de monsterneming is NEN 5742 van toepassing.

Analyse van de bodemmonsters

Op het voorbehandelen van het inzendmonster is NEN-EN 16179 van toepassing.

Op de monsterontsluiting voor de analyse op cadmium, chroom, koper, nikkel, lood, zink en arseen is NEN 6961 van toepassing en op de monsteranalyse hiervan is NEN 6965 van toepassing.

Op de monsterontsluiting en op de monsteranalyse op kwik is NEN-ISO 16772 van toepassing.

Op het bepalen van het droge-stofgehalte is NEN-EN 15934 van toepassing.

Op het bepalen van het organische-stofgehalte is NEN 5754 van toepassing.

Op het bepalen van het lutumgehalte is NEN 5753 van toepassing.

01-07-2026 Huidig 27-06-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 28-05-2026 Historisch 01-04-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 07-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 02-08-2025 Historisch 12-07-2025 Historisch 08-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 09-06-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 15-06-2024 Historisch 25-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

Bijlage XXXI — bij artikel 9.36 van deze regeling (bemonsteren en analyseren bij het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib)

Bemonstering van de bodem

In deze bijlage wordt verstaan onder:

homogeen perceel: perceel bouwland of grasland waar zowel het gehalte aan organische stof als het gehalte aan lutum tussen de bodemmonsters niet meer verschilt dan 5%-punten;

niet-homogeen perceel: perceel bouwland of grasland waar zowel het gehalte aan organische stof als het gehalte aan lutum tussen de bodemmonsters meer verschilt dan 5%-punten.

Bemonsteren van een perceel

Grootte (in ha)

Type perceel

Onderverdeling in deelpercelen met homogene samenstelling

Minimum aantal inzendmonsters

Minimum gewicht inzendmonster (in g)

Bemonsteringsdiepte (in cm)

0 tot 1

Zowel homogeen als niet-homogeen

N.v.t.

1 per perceel

500

25

1 tot 3

Homogeen

N.v.t.

1 per perceel

500

25

1 tot 3

Niet homogeen

Ja

1 per deelperceel

500

25

3 en meer

Niet homogeen

Ja met een deelperceel van ten hoogste 3 ha.

1 per deelperceel

500

25

De monsters worden verzameld met een gutsboor. De gutsboor heeft een diameter van 22 mm en is volledig met grond gevuld.

De monsters worden verzameld in schone opvangvaten of opvangzakken die zijn vervaardigd uit of bekleed met polyethyleen.

Een inzendmonster bestaat uit 40 steken met de gutsboor. Deze worden systematisch genomen door in zig-zag gangen over het perceel te gaan, zodanig dat elk gedeelte van de te bemonsteren oppervlakte een gelijke kans heeft om in het inzendmonster te worden opgenomen. De kanten van het perceel en grove onregelmatigheden in het perceel (slootwallen, diepe greppels, melkplaatsen) worden niet bemonsterd. Op de monsterneming is NEN 5742 van toepassing.

Analyse van de bodemmonsters

Op het voorbehandelen van het inzendmonster is NEN-EN 16179 van toepassing.

Op de monsterontsluiting voor de analyse op cadmium, chroom, koper, nikkel, lood, zink en arseen is NEN 6961 van toepassing en op de monsteranalyse hiervan is NEN 6965 van toepassing.

Op de monsterontsluiting en op de monsteranalyse op kwik is NEN-ISO 16772 van toepassing.

Op het bepalen van het droge-stofgehalte is NEN-EN 15934 van toepassing.

Op het bepalen van het organische-stofgehalte is NEN 5754 van toepassing.

Op het bepalen van het lutumgehalte is NEN 5753 van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsregeling