Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

Afdeling 4.4

Maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot milieubelastende activiteiten

Artikel 4.14

  1. De maatregelen, bedoeld in artikel 5.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de maatregelen in bijlage VII.

  2. In afwijking van het eerste lid zijn de maatregelen, bedoeld in artikel 5.15, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de maatregelen in bijlage VIIaa, als sprake is van:

    1. een activiteit als bedoeld in artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    2. een activiteit als bedoeld in artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel 4.14a

  1. De terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald volgens de in bijlage XV opgenomen rekenmethodiek.

  2. In afwijking van het eerste lid wordt de terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bepaald volgens de in bijlage XVa opgenomen rekenmethodiek als sprake is van:

    1. een activiteit als bedoeld in artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    2. een activiteit als bedoeld in artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.

  3. Bij het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalent, bedoeld in bijlage XV en de artikelen 3.3a, derde lid, 5.15, derde lid, onder a, 5.15a, eerste lid, onder e, en 5.15b, tweede lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende waarden gehanteerd:

    1. 1 liter huisbrandolie komt overeen met 1,2 Nm3 aardgasequivalent;

    2. 1 ton stookolie komt overeen met 1300 Nm3 aardgasequivalent;

    3. 1 ton steenkool komt overeen met 925 Nm3 aardgasequivalent;

    4. 1 liter vloeibaar propaan komt overeen met 0,73 Nm3 aardgasequivalent;

    5. 1 m3 niet-Gronings aardgas komt overeen met X m3 aardgasequivalent, waarbij X wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/m3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/m3;

    6. 1 GJ warmte komt overeen met 31,6 Nm3 aardgasequivalent;

    7. 1 liter diesel komt overeen met 1,13 Nm3 aardgasequivalent; en

    8. 1 liter benzine komt overeen met 1,04 Nm3 aardgasequivalent.

  4. Als een brandstof wordt gebruikt die niet is opgenomen in het tweede lid, wordt de hoeveelheid aardgasequivalent per eenheid bepaald door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm3.

  5. De emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in artikel 5.15, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald volgens de in bijlage XV of bijlage XVa opgenomen regels.

Artikel 4.14aa

  1. Het aanleveren van de gegevens en bescheiden en het onderzoek, bedoeld in artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt uitgevoerd in overeenstemming met bijlage XVb.

  2. Aan artikel 5.15b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, voor de onderdelen waarvoor dat in bijlage XVb is aangegeven, invulling worden gegeven door het toepassen van:

    1. een energiebeheersysteem dat voldoet aan NEN-EN-ISO 50001; of

    2. een milieubeheersysteem dat voldoet aan NEN-EN-ISO 14001 in samenhang met NEN-EN-ISO 14051.

  3. In aanvulling op het tweede lid kan aan artikel 5.15b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving voor de onderdelen waarvoor dat in bijlage XVb is aangegeven, invulling worden gegeven door de in bijlage XVb opgenomen keurmerken.

  4. Als gebruik wordt gemaakt van de in het tweede of derde lid opgenomen mogelijkheid om invulling te geven aan artikel 5.15b, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt van het van toepassing zijnde energiebeheersysteem of milieubeheersysteem of keurmerk een afschrift overgelegd.

← terug naar Omgevingsregeling