Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

Afdeling 2.2

Water

Artikel 2.2

  1. De geometrische begrenzing van de oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit, is vastgelegd in bijlage III.

  2. De geometrische begrenzing van de oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit, waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk berust, is vastgelegd in bijlage III.

  3. De geometrische begrenzing van de oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit, waarvan het beheer van de waterkwantiteit bij het Rijk berust, is vastgelegd in bijlage III.

  4. De geometrische begrenzing van de oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in bijlage II, onder 1, bij het Omgevingsbesluit, waarvan het waterstaatkundig beheer bij het Rijk berust, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.3

  1. In afwijking van artikel 2.20, eerste lid, van de wet berust het waterstaatkundig beheer van de rijkswateren, voor zover deze liggen binnen de begrenzing die is vastgelegd in bijlage III, bij de in die bijlage bedoelde niet tot het Rijk behorende openbare lichamen.

  2. Het waterstaatkundig beheer van de rijkswateren, voor zover het gaat om de zorg voor het voorkomen van schade veroorzaakt door muskus- en beverratten aan waterstaatswerken berust bij het waterschapsbestuur waarvan de geometrische begrenzing gelijk is aan de oppervlaktewaterlichamen waarvan het waterstaatkundig beheer bij het Rijk berust, bedoeld in artikel 2.2, vierde lid.

Artikel 2.4

De geometrische begrenzing van de waterkeringen, bedoeld in bijlage II, onder 2, bij het Omgevingsbesluit, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.5

  1. Een dijktraject als bedoeld in artikel 2.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn vastgesteld in bijlage IIIa.

  2. Een dijktraject als bedoeld in artikel 2.0h, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn vastgesteld in bijlage IIIb.

Artikel 2.6

De Nederlandse delen van stroomgebiedsdistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems, met inbegrip van de toedeling van grondwaterlichamen aan die stroomgebiedsdistricten, zijn de locaties die zijn weergegeven op de kaart in bijlage IV.

Artikel 2.7

De geometrische begrenzing van het kustfundament, bedoeld in artikel 5.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.8

  1. De geometrische begrenzing van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

  2. De geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

  3. De geometrische begrenzing van het bergend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.9

  1. De geometrische begrenzing van het reserveringsgebied voor de lange termijn voor de Rijntakken, bedoeld in artikel 5.42, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

  2. De geometrische begrenzing van het reserveringsgebied voor de lange termijn voor de Maas, bedoeld in artikel 5.42, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.10

De geometrische begrenzing van het IJsselmeergebied, bedoeld in artikel 5.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.11

  1. De geometrische begrenzing van de PKB-Waddenzee, bedoeld in artikel 5.129a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

  2. De geometrische begrenzing van het Waddengebied, bedoeld in artikel 5.129a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.12

De geometrische begrenzing van een vrijwaringsgebied van een rijkswater, met uitzondering van de Noordzee, de Waddenzee, de Westerschelde en het IJsselmeer, met inbegrip van het Zwarte Meer en het Ketelmeer, dat een vaarweg is als bedoeld in artikel 5.160 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.13

De beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.14

De beperkingengebieden met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.15

De beperkingengebieden met betrekking tot een vaarweg in beheer bij het Rijk zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.16

De beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, voor zover het gaat om het permanent afmeren van een woonschip of een ander drijvend werk, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing gelijk is aan de geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid.

Artikel 2.17

De beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen in beheer bij het Rijk zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.18

Het beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.19

  1. Het beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  2. De beperkingengebieden met betrekking tot de Noordzee in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.20

De beperkingengebieden met betrekking tot andere installaties dan mijnbouwinstallaties in de Noordzee zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.21

Het zeewaartse gebied vanaf de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn, bedoeld in artikel 7.27, aanhef en onder f, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.22

  1. De oefen- en schietgebieden, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 1°, en onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  2. De drukbevaren delen van de zee, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  3. De aanloopgebieden, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  4. De ankergebieden in de buurt van aanloophavens, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

← terug naar Omgevingsregeling