Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

§ 3.1.2

Geluid door gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen

Artikel 3.6

Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid door gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen.

Artikel 3.7

De basisgeluidemissie, bedoeld in artikel 3.27, eerste tot en met vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt berekend volgens bijlage IVd en afgerond op één decimaal.

Artikel 3.8

  1. Het geluid door een weg of spoorweg, bedoeld in artikel 3.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt bepaald:

    1. voor het geluid door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVe;

    2. voor het geluid door een lokale spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVf.

  2. In afwijking van artikel 3.4, onder b, worden de waarden van een weg of spoorweg bij de toepassing van artikel 5.78af van het Besluit kwaliteit leefomgeving en bij de toepassing van artikel 21a van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer niet afgerond.

Artikel 3.10

Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied worden de geluidbrongegevens gebruikt behorende bij de basisgeluidemissie.

Artikel 3.11

De geluidbrongegevens zijn voor een gemeenteweg en een waterschapsweg:

  1. per etmaalperiode het aantal motorvoertuigen, per categorie als bedoeld in bijlage IVe, onder 2.1, dat gemiddeld over een kalenderjaar per uur op een geluidemissietraject passeert;

  2. de per geluidemissietraject representatief te achten gemiddelde snelheid per categorie motorvoertuigen als bedoeld in bijlage IVe, onder 2.1;

  3. de geluidbronregisterlijnen van de weg, vastgelegd in x- en y-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; en

  4. het wegdektype per geluidemissietraject.

Artikel 3.12

De geluidbrongegevens zijn voor een spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen:

  1. per etmaalperiode het aantal locomotieven, treinstellen, rijtuigen of wagens per spoorvoertuigcategorie als bedoeld in bijlage IVf, onder 1.2, dat gemiddeld over een kalenderjaar per uur op een geluidemissietraject passeert met onderscheid naar de maximale snelheid van het type spoorvoertuig;

  2. de per geluidemissietraject, per etmaalperiode, representatief te achten snelheid met onderscheid naar doorgaande reizigersspoorvoertuigen, stoppende reizigersspoorvoertuigen en goederenspoorvoertuigen, waarbij wordt aangegeven of het remsysteem is ingeschakeld;

  3. de geluidbronregisterlijnen van de spoorweg, vastgelegd in x- en y-coördinaten, uitgedrukt in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  4. de spoorstaafruwheid, bepaald volgens bijlage IVf;

  5. de bovenbouwconstructie per spoor van de spoorweg; en

  6. de aanwezigheid van een wissel in een geluidemissietraject.

← terug naar Omgevingsregeling