Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

§ 2.2.10

Noordzee

Artikel 2.18

Het beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.19

  1. Het beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  2. De beperkingengebieden met betrekking tot de Noordzee in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.20

De beperkingengebieden met betrekking tot andere installaties dan mijnbouwinstallaties in de Noordzee zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.21

Het zeewaartse gebied vanaf de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn, bedoeld in artikel 7.27, aanhef en onder f, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

Artikel 2.22

  1. De oefen- en schietgebieden, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 1°, en onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  2. De drukbevaren delen van de zee, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  3. De aanloopgebieden, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

  4. De ankergebieden in de buurt van aanloophavens, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

← terug naar Omgevingsregeling