-
De in een instrument voor kwaliteitsborging beschreven eisen over de opleiding en ervaring, bedoeld in artikel 3.83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, omvatten voor de kwaliteitsborging van bouwactiviteiten onder gevolgklasse 1 ten minste:
voor werkzaamheden in het kader van risicobeoordelingen, vaststellen van borgingsplannen en de algemene coördinatie bij kwaliteitsborging:
- 1°
een diploma op HBO-niveau;
- 2°
kennis van de inhoud en systematiek van het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
- 3°
drie jaar werkervaring als leidinggevende met:
- i
het coördineren en organiseren van bouwprojecten;
- ii
het uitvoeren van risicobeoordelingen van bouwplannen;
- iii
het vaststellen van borgingsplannen; en
- iv
het controleren en beoordelen van bouwplannen aan de algemene bepalingen voor bouwwerken en de regels voor bruikbaarheid van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- i
- 1°
voor werkzaamheden in het kader van constructieve veiligheid:
- 1°
een diploma op HBO-niveau;
- 2°
kennis van het Besluit bouwwerken leefomgeving met betrekking tot de regels voor constructieve veiligheid; en
- 3°
drie jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van:
- i
constructies op het voldoen aan de regels voor constructieve veiligheid van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- ii
constructietekeningen en –berekeningen, inclusief de schematisering en de toegepaste rekenmethoden; en
- iii
constructieve bouwmaterialen;
- i
- 1°
voor werkzaamheden in het kader van brandveiligheid:
- 1°
een diploma op HBO-niveau;
- 2°
kennis van het Besluit bouwwerken leefomgeving met betrekking tot de regels voor brandveiligheid; en
- 3°
vijf jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van bouwplannen op het voldoen aan de regels voor brandveiligheid van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- 1°
voor werkzaamheden in het kader van bouwfysica:
- 1°
een diploma op MBO4-niveau;
- 2°
kennis van het Besluit bouwwerken leefomgeving over de regels voor gezondheid, energiezuinigheid en milieu; en
- 3°
drie jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van:
- i
bouwplannen op het voldoen aan de regels voor gezondheid van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- ii
bouwplannen op het voldoen aan de regels voor energiezuinigheid en milieu van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
- iii
gelijkwaardige oplossingen in het kader van gezondheid, energiezuinigheid en milieu;
- i
- 1°
voor werkzaamheden in het kader van installaties:
- 1°
een diploma op MBO4-niveau;
- 2°
kennis van het Besluit bouwwerken leefomgeving over de regels voor installaties; en
- 3°
drie jaar werkervaring met het controleren en beoordelen van:
- i
installaties op het voldoen aan de regels van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
- ii
gelijkwaardige oplossingen in het kader van installaties; en
- i
- 1°
voor werkzaamheden in het kader van controle op de bouw:
- 1°
een diploma op MBO4-niveau;
- 2°
kennis van het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
- 3°
drie jaar werkervaring met het tijdens de uitvoering controleren en beoordelen van bouwplannen op het voldoen aan de regels van het Bouwbesluit 2012 of het Besluit bouwwerken leefomgeving.
- 1°
-
Aan de in het eerste lid beschreven eisen is ook voldaan als door ervaring een aantoonbaar gelijkwaardig kennisniveau is verkregen.
-
Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat uitvoerenden van werkzaamheden in het kader van kwaliteitsborging:
beschikken over actuele kennis van het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
ten minste iedere twee jaar bijscholen op de deelgebieden, bedoeld in het eerste lid.
Omgevingsregeling Actueel
Inhoud
Afdeling 3.6
Artikel 3.52
Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat alle gegevens en bescheiden over de werkzaamheden van de kwaliteitsborging van een project ten minste zeven jaar na het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 3.86, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving door de kwaliteitsborger worden bewaard.
Artikel 3.53
-
Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de projectgegevens die de kwaliteitsborger aan een instrumentaanbieder verstrekt, ten minste omvatten:
de projectnaam en de locatie;
de gevolgklasse en het type bouwwerk;
een beknopte beschrijving van de bouwactiviteit;
de lokale of kadastrale aanduiding van het bouwwerk waarop de bouwactiviteit betrekking heeft;
de projectplanning met ten minste de begindatum en de einddatum van de bouwwerkzaamheden; en
een beschrijving van de onafhankelijke positie van de kwaliteitsborger ten opzichte van de te borgen bouwactiviteit.
-
Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de in het eerste lid, genoemde gegevens en bescheiden uiterlijk twee dagen voor het begin van de bouwwerkzaamheden worden verstrekt.
-
Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat na afronding van elk project ten minste wordt verstrekt:
het geactualiseerde borgingsplan, met inbegrip van de risicobeoordeling; en
de verklaring, bedoeld in 3.86, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 3.54
Het formulier voor de verklaring, bedoeld in artikel 3.86, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage IVK.
Artikel 3.55
-
De bijdrage per instrumentaanbieder voor de toezichtkosten van de toelatingsorganisatie wordt berekend als volgt:
per instrument wordt een variabele bijdrage in rekening gebracht, gebaseerd op het aantal keren dat het instrument per gevolgklasse wordt toegepast, waarbij onderscheid wordt gemaakt in een bedrag per woning en een bedrag per overig bouwwerk; en
als peildatum voor het aantal projecten geldt de begindatum van de bouwwerkzaamheden, zoals door de instrumentaanbieder gemeld aan de toelatingsorganisatie.
-
De variabele marktbijdrage, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt per instrumentaanbieder vastgesteld door middel van de volgende formule, waarbij wordt verstaan onder:
marktbijdrage toezichtskosten per instrument
gk: gevolgklasse;
B: totale toezichtkosten toelatingsorganisatie;
W: totaal aantal woningen per gevolgklasse, zoals door de instrumentaanbieder gemeld aan de toelatingsorganisatie; en
P: totaal aantal utiliteitsbouw plus infrastructuurprojecten per gevolgklasse, zoals door de instrumentaanbieder gemeld aan de toelatingsorganisatie.
Artikel 3.56
De gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 10.26b, eerste lid, van het Omgevingsbesluit, zijn vastgelegd in bijlage IVL.