Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen of wordt voldaan aan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater, voor zover het gaat om het lozen van huishoudelijk afvalwater of afvalwater bij:
sanering of ontwatering;
bij het opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen; en
bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen.