Omgevingsregeling

Inhoud

Artikel 3.58

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-10-2025.
  1. Een maatregel voor het verkrijgen van stikstofdepositie als bedoeld in artikel 10.25, derde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat, is in ieder geval:

    1. de onomkeerbare sluiting van varkenshouderijlocaties op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen;

    2. de blijvende vermindering van de stikstofemissie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden zoals zij luidde tot 1 december 2022;

    3. de blijvende vermindering van stikstofemissie door maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024;

    4. een maatregel waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 10.36dd van het Omgevingsbesluit, getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van:

      1. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

      2. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

      3. de Minister van Klimaat en Groene Groei;

      4. de Minister van Defensie; en

      5. provinciale staten of gedeputeerde staten.

  2. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, die is afgestemd met een van de daar genoemde bestuursorganen kan ook een maatregel van een ander bestuursorgaan zijn die is genomen om stikstofdepositieruimte te verkrijgen.

  3. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, is kan in ieder geval zijn:

    1. de intrekking of wijziging van een toestemming voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt waardoor de stikstofdepositie door die activiteit vermindert; en

    2. een wettelijk voorschrift of ander besluit dat leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie door een toegestane activiteit.

  4. In het derde lid, onder a, wordt verstaan onder toestemming:

    1. een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;

    2. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit voor het nemen waarvan de gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving zijn beoordeeld; en

    3. als een vergunning of besluit als bedoeld onder a of b ontbreekt en als de activiteit rechtmatig werd uitgevoerd op de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied en sindsdien onafgebroken is uitgevoerd: de meest beperkende toestemming volgend uit:

      1. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;

      2. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

      3. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.

01-07-2026 Huidig 27-06-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 28-05-2026 Historisch 01-04-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 07-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 02-08-2025 Historisch 12-07-2025 Historisch 08-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2025.

Tekst van deze versie

  1. Een maatregel voor het verkrijgen van stikstofdepositie als bedoeld in artikel 10.25, derde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat, is in ieder geval:

    1. de onomkeerbare sluiting van varkenshouderijlocaties op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen;

    2. de blijvende vermindering van de stikstofemissie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden zoals zij luidde tot 1 december 2022;

    3. de blijvende vermindering van stikstofemissie door maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024;

    4. een maatregel waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 10.36dd van het Omgevingsbesluit, getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van:

      1. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

      2. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

      3. de Minister van Klimaat en Groene Groei;

      4. de Minister van Defensie; en

      5. provinciale staten of gedeputeerde staten.

  2. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, die is afgestemd met een van de daar genoemde bestuursorganen kan ook een maatregel van een ander bestuursorgaan zijn die is genomen om stikstofdepositieruimte te verkrijgen.

  3. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, is kan in ieder geval zijn:

    1. de intrekking of wijziging van een toestemming voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt waardoor de stikstofdepositie door die activiteit vermindert; en

    2. een wettelijk voorschrift of ander besluit dat leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie door een toegestane activiteit.

  4. In het derde lid, onder a, wordt verstaan onder toestemming:

    1. een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;

    2. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit voor het nemen waarvan de gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving zijn beoordeeld; en

    3. als een vergunning of besluit als bedoeld onder a of b ontbreekt en als de activiteit rechtmatig werd uitgevoerd op de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied en sindsdien onafgebroken is uitgevoerd: de meest beperkende toestemming volgend uit:

      1. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;

      2. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

      3. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsregeling