Een certificatieschema schrijft voor dat de persoon die de inbedrijfstelling uitvoert, met het oog op het kunnen voldoen aan de in artikel 3.46 bedoelde eisen, aantoonbaar in staat is:
de opstelruimte voor gasverbrandingsinstallaties, in ieder geval inhoudende de ventilatievoorziening, te beoordelen;
rookgasafvoerkanalen en -leidingen inclusief uitmonding, te beoordelen en te beproeven;
collectieve rookgasafvoeren te beoordelen en te beproeven, in het geval van werkzaamheden daaraan;
de toevoer van verbrandingslucht te beoordelen;
de veiligheid van gasverbrandingsinstallaties te beoordelen daar waar het gaat om het vrijkomen van koolmonoxide;
gasverbrandingsinstallaties in bedrijf te stellen;
de metingen en controles, bedoeld in artikel 3.46, onder a, b en c, te verrichten alsmede de resultaten van deze metingen en controles te interpreteren; en
voorlichting te geven aan de gebruiker over het functioneren van de gasverbrandingsinstallatie in samenhang met het systeem, inclusief luchttoevoer, rookgasafvoer en plaatsing in het gebouw.