Omgevingsregeling

Inhoud

Artikel 3.33

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2024.
  1. Een examen voor het gebruik van eendenkooien komt alleen voor erkenning als bedoeld in artikel 3.71, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving in aanmerking als de kennis, bedoeld in artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt getoetst met:

    1. ten minste veertig meerkeuzevragen, waarvan:

      1. vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder a, b en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

      2. vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

      3. vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder j, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      4. vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    2. ten minste vijftien meerkeuzevragen, gesteld met behulp van beelddragers, waarvan:

      1. tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      2. vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder c, e, j, k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  2. Het examen voor het gebruik van eendenkooien is alleen met gunstig gevolg afgelegd als degene die het examen aflegt van de vragen, bedoeld in het eerste lid, ten minste 70% goed heeft beantwoord.

01-07-2026 Huidig 27-06-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 28-05-2026 Historisch 01-04-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 07-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 02-08-2025 Historisch 12-07-2025 Historisch 08-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 09-06-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 15-06-2024 Historisch 25-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Een examen voor het gebruik van eendenkooien komt alleen voor erkenning als bedoeld in artikel 3.71, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving in aanmerking als de kennis, bedoeld in artikel 11.90, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt getoetst met:

    1. ten minste veertig meerkeuzevragen, waarvan:

      1. vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder a, b en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

      2. vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

      3. vijftien vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder j, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      4. vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    2. ten minste vijftien meerkeuzevragen, gesteld met behulp van beelddragers, waarvan:

      1. tien vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      2. vijf vragen over de onderwerpen, bedoeld in artikel 11.87, tweede lid, onder c, e, j, k en l, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  2. Het examen voor het gebruik van eendenkooien is alleen met gunstig gevolg afgelegd als degene die het examen aflegt van de vragen, bedoeld in het eerste lid, ten minste 70% goed heeft beantwoord.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsregeling