Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het Milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-, en slotbepalingen

Afdeling

Straat- en wijknaamgeving en huisnummering

Artikel 5:29

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. adres: door het college aan een adresseerbaar object toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een woonplaats, de naam van een openbare ruimte en een nummeraanduiding;

  2. adresseerbaar object: een verblijfsobject, ligplaats of standplaats;

  3. college: het college van burgemeester en wethouders;

  4. convenant: het tussen de minister van VROM, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes;

  5. ligplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig;

  6. nummeraanduiding: door of namens het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit één of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie;

  7. openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen;

  8. pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

  9. rechthebbende: een ieder die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder;

  10. standplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte;

  11. subbuurt: een afgebakend deel van een buurt, die door de gemeente Groningen wordt gehanteerd ten behoeve van de informatievoorziening en statistiek;

  12. uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering. Deze bepalingen zijn opgenomen in het Handboek Naamgeving en Nummering;

  13. verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is;

  14. wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt;

  15. woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het g grondgebied van de gemeente;

  16. de wet: Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

Artikel 5:30

Benoemen van openbare ruimten

  1. Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente tenminste één woonplaats vast en kan een woonplaats in wijken, buurten en subbuurten verdelen, en zo nodig, daaraan namen, letters of nummers toekennen.

  2. Het college stelt naamgeving en afbakening van de openbare ruimten vast en kent nummeraanduidingen toe aan de op het grondgebied van de gemeente gelegen adresseerbare objecten.

  3. Het college stelt de geometrische afbakening van woonplaatsen, wijken, buurten, subbuurten en adresseerbare objecten vast.

  4. Indien aan een adresseerbaar object meer dan één adres wordt toegekend, worden die adressen onderscheiden in hoofdadres en nevenadres.

  5. Onder vaststellen, afbakenen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 5:31

Toekennen en wijzigen van nummers

  1. De door het college vastgestelde of toegekende namen, zoals vervat in artikel 5:30, eerste en tweede lid, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.

  2. Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden namen aan woonplaatsen, wijken, buurten en openbare ruimte toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

  3. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van openbare ruimte en naamverwijsborden aan een gebouw, muur of andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van de gemeente worden bevestigd, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  4. Indien het college het noodzakelijk acht een naambord, waarop een vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven, dient de rechthebbende dit toe te laten als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.

  5. De rechthebbende zorgt ervoor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk zichtbaar blijven.

Artikel 5:32

Aanbrengen van namen en nummers

  1. Aan adresseerbare objecten, zoals bedoeld in artikel 5:31, tweede lid , waarvoor een nummer is vastgesteld, moet dat nummer door de eigenaar of gebruiker op een doeltreffende wijze zijn aangebracht.

  2. Het is een ieder verboden aan een adresseerbaar object een nummer toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

  3. De nummers dienen vanaf de openbare ruimte duidelijk zichtbaar te zijn.

Artikel 5:33

Onbevoegde toekenning en plaatsing van naam- en nummerborden

  1. Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en de wijze van:

    1. naamgeving en afbakening van woonplaatsen, wijken, buurten en openbare ruimte;

    2. nummering van adresseerbare objecten;

    3. opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.

  2. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant inzake postcodes.

  3. De uitvoeringsvoorschriften zijn nader beschreven in het handboek naamgeving en nummering.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021