1. Incidentele asverstrooiing is verboden:

    1. op de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen, tenzij de verordening anders aangeeft;

    2. op stilstaand oppervlakte water of kwetsbare waterstromen;

    3. op plaatsen waar provinciale omgevingsverordeningen dat verbieden;

    4. op verharde delen van de weg, portieken, pleinen, stoepen, bruggen/duikers, wandelpaden;

    5. op kinderspeelplaatsen, ligweiden, speelweiden en openbare sport- en speelterreinen;

    6. op ijsvlakten en bevroren grond;

    7. op sneeuw;

    8. op of vanaf bruggen, sluiscomplexen, steigers en remmingwerken.

  2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

  3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen, crematoriumterreinen, schoolpleinen en kinderspeelplaatsen.