1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen, zoals bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Voor besluiten die zijn genomen op grond van de verordeningen, zoals bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, waarvoor deze verordening geen overeenkomstige grondslagen voor besluiten kent, geldt dat indien deze besluiten op 31 december 2020 niet zijn ingetrokken, deze rechtmatig zijn.