1. In de volgende Afdelingen wordt verstaan onder:

    1. wet: de Alcoholwet;

    2. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de wet;

    3. horecabedrijf:

      1. een inrichting waaronder in ieder geval wordt verstaan: een hotel, motel, restaurant, pension, café, croissanterie, crêperie, bistro, cafetaria, snackbar, bar, automatiek, afhaal- en bezorgcentra, coffeeshop, ijssalon, sociëteit, discotheek, alsmede aanverwante inrichtingen waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt;

      2. een bij een horecabedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden.

    4. lokaliteit:

      1. hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 1, eerste lid, van de wet met dien verstande dat de scheidingsconstructie van een besloten ruimte minimaal 1,25 meter hoog is en is voorzien van een afsluitbare toegang;

      2. elke lokaliteit waarin uitsluitend of in hoofdzaak spijzen en/ of alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse worden bereid of verstrekt.

    5. alcoholvrije drank: drank die bij een temperatuur van 20 graden Celsius voor minder dan 0,5 volumeprocent uit alcohol bestaat;

    6. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt;

    7. vergunninghouder: degene of de rechtspersoon aan wie de vergunning als bedoeld in artikel 2:26 is verleend;

    8. veiligheidsplan: een plan inhoudende de organisatie van beveiligingstaken binnen de inrichting alsmede de interne instructies ter voorkoming en bestrijding van geweldsincidenten, ordeverstoringen en/of strafbare feiten binnen of buiten de inrichting;

    9. Semihoreca(bedrijf): een winkel waarin als ondergeschikte nevenactiviteit alcoholvrije consumpties (etenswaren en alcoholvrije drank e.d.) voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en waarbij in het bedrijfspand sta- of zitgelegenheid wordt geboden om de consumpties te nuttigen;

    10. winkel: zoals bedoeld in artikel 1 Winkeltijdenwet.

  2. In deze paragraaf wordt onder bezoekers niet verstaan:

    1. de gezinsleden van de leidinggevende, alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

    2. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht;

    3. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

  3. In deze paragraaf wordt onder horecabedrijven niet verstaan:

    1. bedrijven waarbij de verstrekking van alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse gezien kan worden als dienstverlening van bijkomende aard (bijvoorbeeld bedrijfs- en schoolkantines);

    2. middelen van vervoer tijdens hun gebruik als zodanig.

  4. De natuurlijke persoon die optreedt als vergunninghouder van een horecabedrijf dat niet Alcoholwetvergunningplichtig is dient ten minste 21 of ouder te zijn. Indien een rechtspersoon optreedt als vergunninghouder dient/dienen de uitvoerend directeur(en) de leeftijd van 21 jaar of ouder te hebben bereikt.

  5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de leeftijdseis in het vorige lid met dien verstande dat de leeftijd van betrokkene niet lager mag zijn dan 18 jaar.