-
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel aanbieden van diensten:
gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;
door anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben.
-
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
plaatsen en tijden die op grond van de Marktverordening voor markten en marktdagen zijn aangewezen;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:17.
Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:51a
- Artikel 2:51b
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:55a
- Artikel 2:56
- Artikel 2:56a
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:62a
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:64a
- Artikel 2:64b
- Artikel 2:64c
- Artikel 2:64d
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het Milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-, en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 5:19
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt, voorzover het betreft een standplaats als bedoeld in artikel 5:18, eerste lid onder b, niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaarde als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet. Alsdan geldt ook het in artikel 5:20 gestelde verbod niet.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:10 kan de vergunning worden geweigerd:
in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;
vanwege strijd met het omgevingsplan, behalve in de door het college aangewezen gebieden waar het maximumstelsel geldt en waar binnen een maximum aantal plekken is aangewezen door het college;
aantoonbare toekomstige ruimtelijke en/of planologische ontwikkelingen.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 gelden voor het aanvragen van een vergunning de volgende termijnen:
voor aanvragen voor een standplaatsvergunning voor de duur van meer dan 3 weken aaneengesloten geldt een aanvraagtermijn van acht weken (continue en seizoenplaatsen);
voor een aanvraag voor een standplaats voor de duur van maximaal drie weken aaneengesloten geldt een aanvraagtermijn van vier weken (incidentele standplaatsen);
voor een aanvraag voor een vrijgekomen plek in een gebied waar het maximumstelsel geldt wordt de termijn voor een aanvraag door de gemeente bekend gemaakt.
-
Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het derde lid of artikel 1:10, tot de dag waarop de beslissing over de omgevingsvergunning is genomen.
Artikel 5:20
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:21
Afbakeningsbepalingen
Het verbod van artikel 5:19, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:22
Intrekking standplaatsvergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan het college een vergunning als bedoeld in artikel 5:19, eerste lid, intrekken indien de vergunninghouder:
door of namens het college gegeven aanwijzingen niet opvolgt;
zich schuldig maakt aan wangedrag.