Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het Milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-, en slotbepalingen

Afdeling

Maatregelen tegen Ontsiering en stankoverlast

Artikel 4:19

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

  1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

    1. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

    2. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

    3. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:21 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;

    4. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

  2. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.

  3. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 4:20

Vergunningsplicht handelsreclame

  1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging, kleur of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.

  2. Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor:

    1. het verbod in het eerste lid niet geldt;

    2. een melding volstaat.

  3. Een vergunning kan worden geweigerd of een melding kan niet worden geaccepteerd:

    1. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    2. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak;

    3. indien het de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen;

    4. indien het ernstig hinder voor de omgeving veroorzaakt.

  4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:

    1. opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;

    2. opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;

    3. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;

    4. voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening;

    5. De weigeringsgrond van het derde lid, onder b en c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  5. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het in het eerste, tweede en derde lid gestelde.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021