1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  2. De tijden waarop venten is toegestaan zijn geregeld in de Winkeltijdenwet.

  3. Het college kan ter uitvoering van het eerste lid nadere regels stellen.

  4. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.