-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
activiteiten in inrichtingen in de zin van de Wet Milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:6 (straatartiesten), 2:21 (wedstrijden betaald voetbal) en 2:43 (speelgelegenheden).
-
Onder evenement wordt mede verstaan, ongeacht het bepaalde in artikel 2.15, eerste lid onder a:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:4;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een straatfeest of buurtbarbecue;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s;
erotische evenementen;
festiviteiten op het onbebouwde deel van de Drafbaan in het Stadspark in Groningen;
festiviteiten op het terrasgedeelte van een inrichting.
-
Onder een groot evenement wordt verstaan een evenement waarbij minimaal 2000 bezoekers of deelnemers worden verwacht, of het evenement op grond van de Regionale multidisciplinaire leidraad veiligheid publieksevenementen van de Veiligheidsregio Groningen als aandachtsevenement (‘B-evenement’) of als risico-evenement (‘C-evenement’) kwalificeert.
-
Onder een middelgroot evenement wordt verstaan een evenement waar tot 2000 bezoekers of deelnemers worden verwacht waarbij geen of weinig fysieke maatregelen worden getroffen en het evenement op grond van de Regionale multidisciplinaire leidraad veiligheid publieksevenementen van de Veiligheidsregio Groningen als regulier evenement (‘A-evenement’) kwalificeert.
Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:51a
- Artikel 2:51b
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:55a
- Artikel 2:56
- Artikel 2:56a
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:62a
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:64a
- Artikel 2:64b
- Artikel 2:64c
- Artikel 2:64d
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het Milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-, en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:16
Vergunning Evenementen
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
-
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
De burgemeester kan gebieden en periodes aanwijzen waarin beperkingen worden gesteld aan het aantal te houden evenementen.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:17
Indiening aanvraag
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 gelden voor het aanvragen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid, de volgende termijnen en criteria:
voor evenementen als bedoeld in artikel 2:15, derde lid, geldt een indieningstermijn van ten minste 14 weken voorafgaand aan het evenement;
voor evenementen als bedoeld in artikel 2:15, vierde lid, geldt een indieningstermijn van ten minste 8 weken voorafgaand aan het evenement;
de burgemeester kan besluiten voor complexe evenementen die een langere voorbereidingstijd vragen een afwijkende indieningstermijn vast te stellen.
-
Aanvragen om vergunning worden per kalenderjaar ingediend.
Artikel 2:18
Weigeringsgronden vergunning
-
Onverminderd de weigeringsgronden genoemd in artikel 1:10, kan een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid, geweigerd worden indien:
de aard en het karakter van de locatie zich verzetten tegen het houden van het evenement;
het evenement niet bijdraagt aan het ontstaan van een gevarieerd programma van evenementen;
een evenement waarvan de aanvangsdatum op het moment van indiening van de aanvraag meer dan 12 maanden in de toekomst is gelegen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:10 weigert de burgemeester een vergunning voor:
een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:15, tweede lid, onder f, als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is;
aanvragen voor meerdere kalenderjaren.
-
Naast de weigeringsgrond in artikel 1:10 b, kan een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, geweigerd worden indien deze niet binnen de in artikel 2:17 gestelde termijn is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 2:19
Uitzondering vergunningplicht voor kleine evenementen
-
Het verbod als genoemd in artikel 2:16 eerste lid, geldt niet voor eendaagse evenementen, mits
het aantal aanwezigen op enig moment niet meer bedraagt dan 300 personen buiten de Diepenring en/of het Westerhavengebied van de stad Groningen of niet meer dan 100 personen binnen dat gebied;
het evenement wordt gehouden tussen 9.00 en 24.00 uur, of als de activiteiten op een zondag plaatsvinden tussen 13.00 uur en 24.00 uur;
er geen wegafsluiting noodzakelijk is binnen de Diepenring en/of het Westerhavengebied van de stad Groningen;
slechts enkele gecertificeerde objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 m² per object;
sprake is van een aanwijsbare organisator, die de leeftijd van ten minste achttien jaren heeft bereikt;
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, of in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) en 85 dB(C) op de meest belaste gevel van een geluidsgevoelige bestemming niet wordt overschreden;
het evenement plaatsvindt op één locatie (geen route) en niet op het water;
er geen reclame wordt gemaakt om belangstellenden buiten de directe doelgroep aan te trekken;
er bij het evenement geen dieren worden gebruikt los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering.
-
De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid stelt de burgemeester tenminste drie weken voorafgaand aan het evenement van het houden daarvan in kennis op een nader door de burgemeester te bepalen wijze.
-
De organisator dient zich te houden aan de voorschriften die de burgemeester stelt met het oog op een ordelijk en veilig verloop van een evenement als bedoeld in het eerste lid.
-
De burgemeester kan het evenement verbieden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of in geval van het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:15, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
Artikel 2:20
Ordeverstoring
Het is verboden bij een evenement of een wedstrijd betaald voetbal als bedoeld in artikel 2:21 de orde te verstoren.
Artikel 2:21
Wedstrijden betaald voetbal
-
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder organisator:
de betaald-voetbalorganisatie FC Groningen, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald-voetbalorganisatie FC Groningen als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie;
de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig buiten de gemeente Groningen, waarbij ten minste één betaald-voetbalorganisatie is betrokken en indien het betreft een interland;
degene die buiten de gevallen, genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij ten minste één betaald-voetbalorganisatie is betrokken.
-
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder voetbalwedstijd eveneens verstaan een fanplein bij het stadion voorafgaand en na afloop van de voetbalwedstrijd en die onderdeel is van de wedstrijdorganisatie.
-
Het is de organisator als bedoeld in het eerste lid verboden een voetbalwedstrijd te houden zonder vergunning van de burgemeester.
-
Een aanvraag om een vergunning moet worden ingediend uiterlijk acht weken voor de datum van de voetbalwedstrijd. De burgemeester kan van deze termijn afwijken en de uiterlijke datum van de aanvraag afzonderlijk bepalen.
-
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een door de organisator op te stellen veiligheids- en verkeersplan waaruit blijkt dat aan de hand van het risicoprofiel van de wedstrijd(en) voldoende maatregelen zijn genomen voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd.
-
De vergunning kan in het belang van de openbare orde en veiligheid worden geweigerd of worden ingetrokken indien:
de vrees bestaat voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid;
het aannemelijk is dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zullen worden nageleefd;
de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd;
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;
de openbare gezondheid in het geding dreigt te komen.
-
Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een vergunning is geweigerd of ingetrokken.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel 2:22
Stadionomgevingsverbod
-
De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 3 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 3 uur na afloop van voetbalwedstrijden van de organisator. Het verbod geldt voor een bepaalde periode welke niet langer is dan 2 jaar.
-
De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorige lid bedoelde verbod nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd.
Artikel 2:23
Verwijderingsplicht voetbalsupporters
Personen die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporters en tegen wie het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven.
Artikel 2:24
Alcoholverstrekking in en om het stadion
-
Het is verboden om niet of tegen betaling alcoholhoudende dranken te verstrekken aan derden in het FC-Groningenstadion gedurende het tijdvak, dat begint drie uren voor en eindigt één uur na de periode, gedurende welke het stadion voor het publiek voor het bijwonen van een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:21 toegankelijk is.
-
De burgemeester kan van het in het eerste lid bepaalde geheel of ten dele ontheffing verlenen.
-
De burgemeester kan voorts bepalen dat het verbod genoemd in het eerste lid ook geldt voor een nader door de burgemeester aangewezen gebied rond het stadion.