-
Voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
-
Parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:51a
- Artikel 2:51b
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:55a
- Artikel 2:56
- Artikel 2:56a
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:62a
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:64a
- Artikel 2:64b
- Artikel 2:64c
- Artikel 2:64d
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het Milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-, en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 5:2
Parkeren van 3 of meer voertuigen
-
Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
-
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
-
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd of die in de reguliere bedrijfsvoering plegen te worden ingezet, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 10 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
-
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
Artikel 5:3
Te koop aanbieden van voertuigen
-
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
-
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
Artikel 5:4
Defecte voertuigen
-
Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden (defect voertuig), langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
-
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een defect voertuig mede begrepen een niet van een kenteken voorzien voertuig, voorzover voor het rijden van het betrokken voertuig het voeren van zodanig kenteken verplicht is.
Artikel 5:5
Voertuigwrakken
-
Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te hebben.
-
Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig of chassis dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen e.a.
-
Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
-
Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1 verboden het voertuig binnen 14 dagen nadat het is verplaatst, opnieuw neer te zetten op de in lid 1 bedoelde plaats.
Artikel 5:7
Parkeren van reclamevoertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
-
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Artikel 5:8
Parkeren van grote voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit parkeren naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
-
De uitzondering van het derde lid geldt niet voor parkeerterreinen aangeduid door verkeersbord E12 (P+R) van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.
Artikel 5:9
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10
Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen
-
Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
-
Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
-
Dit verbod is niet van toepassing:
op wegen in de zin van de Wegenverkeerswet 1994;
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;
op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
-
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Artikel 5:12a Stallen van (brom) fietsen
-
Het is verboden een (brom-/snor-) fiets, of een vergelijkbaar vervoermiddel zodanig te parkeren dat daardoor:
op een voetpad of trottoir de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;
de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt gehinderd;
de doorgang op de geleidelijnen die op de weg zijn aangebracht ten behoeve van visueel gehandicapten gehinderd of belemmerd wordt;
het in- en uitstappen bij bus, taxi of gehandicaptenplaats gehinderd of belemmerd wordt;
schade ontstaat of;
de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt;
het verwijderen van een dranghek wordt gehinderd of belemmerd.
-
Het is verboden op of aan de weg een (brom)fiets of vergelijkbaar vervoermiddel te plaatsen of te laten staan tegen een raam(kozijn), een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, tegen een parkeermeter, tegen een monument, gedenksteen, beeldhouwwerk of ander ter verfraaiing van het stadsschoon aangebracht werk, indien:
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de eigenaar of de gebruiker van dat gebouw, portiek, monument of werk;
daardoor die ingang versperd wordt, danwel het gebruik van de parkeermeter wordt belemmerd of verhinderd.
-
Het is verboden op door het college, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen, bromfietsen, snorfietsen of vergelijkbare vervoermiddelen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
-
Het is verboden op door het college, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen, bromfietsen of vergelijkbare vervoermiddelen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.
-
Het is verboden (brom-/snor-) fietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeren, op de weg te laten staan of in de voor (brom-/ snor-) fietsen bestemde ruimten te plaatsen.
-
Het is verboden om (brom)fietsen of vergelijkbare vervoersmiddelen in door of namens het college geplaatste tijdelijke fietsenstallingen te laten staan buiten de op de borden bij die fietsenstalling aangegeven periode.
Artikel 5:12b Deelvoertuigen
-
Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan de weg voertuigen bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden;
-
Het college kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of intrekken indien het aanbieden:
gevaar of hinder oplevert voor de veiligheid van de gebruikers;
de verkeersveiligheid in gevaar brengt;
een nadelige invloed heeft op het milieu;
afbreuk doet aan de directe leefomgeving;
onevenredig beslag legt op de openbare ruimte;
afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.
-
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan voorts worden ingetrokken als de vergunninghouder handelt in strijd met de voorschriften die deel uitmaken van de vergunning.
-
Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het aanbieden van deelvoertuigen als bedoeld in dit artikel.
Artikel 5:13
Parkeren met gevaarlijke stoffen
In andere gevallen dan die waarin de Wet gevaarlijke stoffen of de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing is, is het verboden een voertuig, dat wordt gebezigd voor het vervoeren van (en) door het college bij openbaar te maken besluit als gevaarlijk aangewezen stof(fen), en waarin deze stof(fen) in een grotere hoeveelheid aanwezig is (zijn), dan door dit college toegestaan, op de weg te parkeren daar, waar de veiligheid van bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen in gevaar kan worden gebracht.