1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Het is verboden een horecabedrijf in bedrijf te hebben en te houden zonder dat de houder van het horecabedrijf beschikt over een door de burgemeester goedgekeurd veiligheidsplan als dat horecabedrijf:

    1. binnen de diepenring ligt en een capaciteit heeft van meer dan 200 bezoekers;

    2. buiten de diepenring ligt en een capaciteit heeft van meer dan 500 bezoekers;

    3. afzonderlijk door de burgemeester is aangewezen indien hij dat noodzakelijk acht om de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid te waarborgen.

  3. De vergunning bestaat uit de onderdelen reguliere exploitatie, horecaterras en/of een veiligheidsplan zoals bedoeld in het tweede lid.

  4. Het verbod uit het eerste lid voor het onderdeel reguliere exploitatie geldt niet voor de volgende categorieën horecabedrijven:

    1. semihoreca, zoals bedoeld in artikel 2:25, eerste lid onder i, indien wordt voldaan aan de door het college op te stellen nadere regels;

    2. horeca in prostitutiebedrijven indien zij beschikken over een vergunning zoals bedoeld in artikel 3:3;

    3. ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en andere zorginstellingen indien de dranken en etenswaren uitsluitend worden verstrekt aan degenen die verblijven in deze instellingen en hun bezoekers;

    4. additionele horeca bij gemeentelijke buurtcentra, kinderboerderijen, indoorspeeltuinen, congrescentra en musea;

    5. het bieden van toeristisch-recreatief nachtverblijf en ontbijt in een woning in maximaal twee kamers en dat ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van de woning (bed en breakfast);

    6. paracommerciële inrichtingen zoals bedoeld in de Alcoholwet.

  5. De burgemeester kan voor de uitgezonderde horecabedrijven zoals bedoeld in het vierde lid alsnog een exploitatievergunning voor het onderdeel reguliere exploitatie eisen indien hij dat noodzakelijk acht om de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid te waarborgen.

  6. De burgemeester kan van het verbod uit het tweede lid geheel of ten dele ontheffing verlenen.

  7. Voor de opzet van een veiligheidsplan kan de burgemeester een model vaststellen.