Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het Milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-, en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op horecabedrijven

Artikel 2:25

Begripsomschrijvingen

  1. In de volgende Afdelingen wordt verstaan onder:

    1. wet: de Alcoholwet;

    2. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de wet;

    3. horecabedrijf:

      1. een inrichting waaronder in ieder geval wordt verstaan: een hotel, motel, restaurant, pension, café, croissanterie, crêperie, bistro, cafetaria, snackbar, bar, automatiek, afhaal- en bezorgcentra, coffeeshop, ijssalon, sociëteit, discotheek, alsmede aanverwante inrichtingen waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt;

      2. een bij een horecabedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden.

    4. lokaliteit:

      1. hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 1, eerste lid, van de wet met dien verstande dat de scheidingsconstructie van een besloten ruimte minimaal 1,25 meter hoog is en is voorzien van een afsluitbare toegang;

      2. elke lokaliteit waarin uitsluitend of in hoofdzaak spijzen en/ of alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse worden bereid of verstrekt.

    5. alcoholvrije drank: drank die bij een temperatuur van 20 graden Celsius voor minder dan 0,5 volumeprocent uit alcohol bestaat;

    6. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt;

    7. vergunninghouder: degene of de rechtspersoon aan wie de vergunning als bedoeld in artikel 2:26 is verleend;

    8. veiligheidsplan: een plan inhoudende de organisatie van beveiligingstaken binnen de inrichting alsmede de interne instructies ter voorkoming en bestrijding van geweldsincidenten, ordeverstoringen en/of strafbare feiten binnen of buiten de inrichting;

    9. Semihoreca(bedrijf): een winkel waarin als ondergeschikte nevenactiviteit alcoholvrije consumpties (etenswaren en alcoholvrije drank e.d.) voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en waarbij in het bedrijfspand sta- of zitgelegenheid wordt geboden om de consumpties te nuttigen;

    10. winkel: zoals bedoeld in artikel 1 Winkeltijdenwet.

  2. In deze paragraaf wordt onder bezoekers niet verstaan:

    1. de gezinsleden van de leidinggevende, alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

    2. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht;

    3. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

  3. In deze paragraaf wordt onder horecabedrijven niet verstaan:

    1. bedrijven waarbij de verstrekking van alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse gezien kan worden als dienstverlening van bijkomende aard (bijvoorbeeld bedrijfs- en schoolkantines);

    2. middelen van vervoer tijdens hun gebruik als zodanig.

  4. De natuurlijke persoon die optreedt als vergunninghouder van een horecabedrijf dat niet Alcoholwetvergunningplichtig is dient ten minste 21 of ouder te zijn. Indien een rechtspersoon optreedt als vergunninghouder dient/dienen de uitvoerend directeur(en) de leeftijd van 21 jaar of ouder te hebben bereikt.

  5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de leeftijdseis in het vorige lid met dien verstande dat de leeftijd van betrokkene niet lager mag zijn dan 18 jaar.

Artikel 2:26

Exploitatie horecabedrijf

  1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Het is verboden een horecabedrijf in bedrijf te hebben en te houden zonder dat de houder van het horecabedrijf beschikt over een door de burgemeester goedgekeurd veiligheidsplan als dat horecabedrijf:

    1. binnen de diepenring ligt en een capaciteit heeft van meer dan 200 bezoekers;

    2. buiten de diepenring ligt en een capaciteit heeft van meer dan 500 bezoekers;

    3. afzonderlijk door de burgemeester is aangewezen indien hij dat noodzakelijk acht om de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid te waarborgen.

  3. De vergunning bestaat uit de onderdelen reguliere exploitatie, horecaterras en/of een veiligheidsplan zoals bedoeld in het tweede lid.

  4. Het verbod uit het eerste lid voor het onderdeel reguliere exploitatie geldt niet voor de volgende categorieën horecabedrijven:

    1. semihoreca, zoals bedoeld in artikel 2:25, eerste lid onder i, indien wordt voldaan aan de door het college op te stellen nadere regels;

    2. horeca in prostitutiebedrijven indien zij beschikken over een vergunning zoals bedoeld in artikel 3:3;

    3. ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en andere zorginstellingen indien de dranken en etenswaren uitsluitend worden verstrekt aan degenen die verblijven in deze instellingen en hun bezoekers;

    4. additionele horeca bij gemeentelijke buurtcentra, kinderboerderijen, indoorspeeltuinen, congrescentra en musea;

    5. het bieden van toeristisch-recreatief nachtverblijf en ontbijt in een woning in maximaal twee kamers en dat ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van de woning (bed en breakfast);

    6. paracommerciële inrichtingen zoals bedoeld in de Alcoholwet.

  5. De burgemeester kan voor de uitgezonderde horecabedrijven zoals bedoeld in het vierde lid alsnog een exploitatievergunning voor het onderdeel reguliere exploitatie eisen indien hij dat noodzakelijk acht om de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid te waarborgen.

  6. De burgemeester kan van het verbod uit het tweede lid geheel of ten dele ontheffing verlenen.

  7. Voor de opzet van een veiligheidsplan kan de burgemeester een model vaststellen.

Artikel 2:26a

Weigerings- en intrekkingsgronden

  1. De burgemeester weigert of trekt de vergunning in als:

    1. de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de aanvrager, respectievelijk de natuurlijke persoon die optreedt als uitvoerend directeur van de rechtspersoon, niet voldoet aan de eisen van zedelijk gedrag als bedoeld in het Alcoholbesluit of in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    3. de aanvrager, respectievelijk de natuurlijke persoon die optreedt als uitvoerend directeur van de rechtspersoon, onder bewind of curatele staat.

    4. de houder van de inrichting als bedoeld in artikel 2:26, tweede lid, niet beschikt over een goedgekeurd veiligheidsplan, tenzij daarvoor ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 2:26, zesde lid.

  2. Naast het bepaalde in de artikelen 1:7 en 1:10 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, als:

    1. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf;

    2. de ondernemer of de leidinggevende het bij of krachtens de bepalingen in deze paragraaf geregelde overtreedt;

    3. de ondernemer of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de horeca-inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in of vanuit zijn horeca-inrichting activiteiten plaatsvinden, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed en/of de openbare veiligheid, zedelijkheid of gezondheid in het geding zijn;

    4. de ondernemer of de leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie;

    5. er sprake is van een gewijzigde exploitatie of een wijziging in de ondernemer, waarvoor geen nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd;

    6. zich in of vanuit de horeca-inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de horeca-inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de horeca-inrichting;

    7. er aanwijzingen zijn dat in de horeca-inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of de Arbeidstijdenwet bepaalde.

  3. Bij toepassing van de in het vorige lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.

Artikel 2:27

Horecaterrassen

  1. Als de vergunningaanvraag tevens betrekking heeft op de exploitatie van één of meer horecaterrassen beslist de burgemeester in afwijking van artikel 2:7 over het in gebruik geven van gemeentelijke eigendommen en over het in gebruik nemen van de weg ten behoeve van het terras.

  2. De burgemeester kan onder voorwaarden bepalen dat terrassen zonder vergunning kunnen worden uitgezet.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:26a kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken als:

    1. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    2. het gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    3. het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan en van de omgeving;

    4. er meerdere belanghebbenden conflicterende aanspraak maken op de openbare ruimte ten behoeve van een redelijke verdeling;

    5. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  4. De burgemeester kan bevelen een terras te verplaatsen of tijdelijk te ontruimen ten behoeve van evenementen.

Artikel 2:28

Beperking verstrekking sterke drank

  1. Het is verboden anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:

    1. waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals bijvoorbeeld belegde broodjes, patates frites en kroketten, worden verkocht;

    2. die uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs;

    3. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;

    4. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen;

    5. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;

    6. die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein;

    7. die kan worden aangemerkt als buurthuis.

  2. Het is verboden bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken in een inrichting als bedoeld in het vorige lid.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de verboden, gesteld in de vorige leden.

Artikel 2.29

Nadere Regels

Het college kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, zedelijkheid en gezondheid nadere regels stellen omtrent de exploitatie van horecabedrijven.

Artikel 2:31

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:25 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2:26.

Artikel 2:32

Tijdelijke Sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer horecabedrijven tijdelijk een sluitingsuur vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b Opiumwet.

Artikel 2:34

Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf

Het is verboden in een openbare inrichting:

  1. De orde te verstoren;

  2. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:32, eerste lid.

Artikel 2:35

Handel in horecabedrijven

  1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  2. De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021