1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:17, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  2. Het is verboden een persoon van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij/zij zich ter prostitutie aanbiedt in de zin van het eerste lid en een persoon die tot prostitutie uitnodigt of aanlokt in de zin van het eerste lid, daarbij te ondersteunen.