Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Paragraaf Horeca
Paragraaf Overige bedrijven
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Voetbal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en/of erven op basis van wapens, illegaal gokken e.d.
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Extreme vrieskou
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en de natuur
Hoofdstuk Overige te regelen onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:42a

Definities

  1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of goederen kunnen worden gewonnen.

  2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:42b

Speelgelegenheden

  1. De burgemeester kan speelgelegenheden als bedoeld in artikel 2.42a, eerste lid, aanwijzen als inrichtingen waarvoor het verbod geldt als bedoeld in het tweede lid.

  2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren als deze zijn aangewezen als bedoeld in het eerste lid.

  3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Verordening op speelautomatenhallen en speelautomaten Breda en op speelgelegenheden welke ingevolge artikel 2.17 over een exploitatievergunning beschikken.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

    2. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan; of

    3. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018