-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Paragraaf Horeca
Paragraaf Overige bedrijven
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Voetbal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en/of erven op basis van wapens, illegaal gokken e.d.
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Extreme vrieskou
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en de natuur
Hoofdstuk Overige te regelen onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:50
Plakken en kladden
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet, aanplakdoek of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen
Voor zover deze middelen of voorwerpen worden aangeplakt of aangebracht met het doel goederen, diensten of activiteiten aan te prijzen dan wel voor zover het verkeer alleszins in gevaar komt of dreigt te komen.
Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
Artikel 2:52
Bezit van inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal
-
Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
De verboden zijn niet van toepassing, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in het eerste lid en tweede lid bedoelde voorwerpen niet bestemd zijn is voor de in het eerste en tweede lid bedoelde handeling.
Artikel 2:56
Hinderlijk drankgebruik op een openbare plaats en in een door het college aangewezen gebied
-
Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins overlast dan wel hinder veroorzaken aan weggebruikers of bewoners van nabij gelegen woningen of een gerechtvaardigde vrees daarvoor is.
-
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het voorts verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a., waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
-
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 45 van de Alcoholwet.
Artikel 2:57
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen of bij/in (openbare) gebouwen
-
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden:
In een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
in een portiek of poort.
-
Het is verboden op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair.
-
Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Het is verboden zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan weggebruikers of gebruikers van nabij de weg gelegen gebouwen onnodig overlast of hinder veroorzaakt wordt.
Artikel 2:59
Hinder in verband met bedreiging van de openbare orde (samenscholing)
-
Het is verboden op of aan een openbare plaats, die door de burgemeester is aangewezen omdat het belang van de bescherming van de openbare orde dit naar zijn oordeel nodig maakt, deel te nemen aan een groep van meer dan vier personen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat deze groep een bedreiging van de openbare orde met zich meebrengt.
-
De aanwijzing van een openbare plaats, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven voor ten hoogste zes maanden, welke termijn telkenmale kan worden verlengd.
-
Degene die zich bevindt in een groep als in het eerste lid bedoeld is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangegeven richting te verwijderen.
Artikel 2:60
Verblijfsontzegging
-
Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend besluit, schriftelijk genomen door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester aangewezen gebied gedurende de tijd die in dat besluit genoemd is.
-
Het gebod is niet van toepassing op personen, die in het aangewezen gebied:
zich bevinden in een middel van openbaar vervoer;
werkzaam zijn dan wel aldaar ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling voor zover het betreft de looproute die de burgemeester heeft aangewezen in het door hem aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid;
volgens de bevolkingsadministratie aldaar woonachtig zijn voor zover het betreft de looproute die de burgemeester heeft aangewezen in het door hem aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid.
-
Een besluit als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig gedurende een in het besluit genoemde aaneengesloten periode van ten hoogste 12 weken of voor door de burgemeester vast te stellen tijdstippen of perioden verspreid over ten hoogste 84 dagen binnen een tijdvak van ten hoogste twee jaar.
Artikel 2:61
Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op de weg of op een andere voor publiek toegankelijke plaats of van daar zichtbaar, zijn natuurlijke behoefte te doen elders dan in de daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 2:62
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond of degene die een hond onder toezicht heeft, verboden die hond te laten verblijven of laten lopen:
op een openbare plaats zonder dat die hond zich onder geleide of voldoende toezicht bevindt;
op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is, behalve op plaatsen die door het college als zodanig zijn aangewezen;
op een voor het publiek toegankelijk en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
in een door het college aangewezen deel van de gemeente, tenzij het college daarvoor ontheffing verleend.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:63
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor zorg te dragen dat hij te allen tijde over de nodige doeltreffende hulpmiddelen beschikt, die geschikt zijn voor de verwijdering van de uitwerpselen.
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht het hulpmiddel als bedoeld in het tweede lid op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien.
-
De voorgaande drie leden zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hond laat begeleiden.
-
Het bepaalde in de eerste drie leden zijn voorts niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:64
Gevaarlijke honden en hoogrisico honden
-
In dit artikel wordt verstaan onder:
muilkorf:
een muilkorf die vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is gebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
aanlijngebod: de eigenaar of houder is verplicht de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter;
muilkorfgebod: de eigenaar of houder is verplicht de hond te voorzien van een muilkorf.
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan de burgemeester aan de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen, voor zover de hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
Onverminderd artikel 2:62, eerste lid, aanhef en onder sub d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;
anders dan voorzien van een muilkorf nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.
-
De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van gevaarlijke honden en hoog risicohonden.
Artikel 2:64A
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:64 tweede lid, of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:65
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
-
Het is verboden om één of meerdere dieren op zodanige wijze te houden dat daardoor schade, hinder of overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
-
Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 2:66
Bedelarij
Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.