1. Het is verboden om Waardevolle houtopstanden, als bedoeld in artikel 4:8, te (doen) vellen.

  2. Het in het eerste lid bedoelde verbod op het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden is niet van toepassing op:

    1. binnen een Groengebied gelegen houtopstanden met een stamomtrek van maximaal 64 cm, gemeten op een hoogte van 130 centimeter boven het maaiveld, waarbij in het geval van meerstammigheid de omtrek van de dikste stam wordt gemeten;;

    2. Houtopstanden waarvoor een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij het Omgevingsplan is bepaald.

    3. houtopstanden die moeten worden geveld op grond van de Plantziektenwet of een aanschrijving van het bevoegd gezag;

    4. periodiek onderhoud van houtopstanden, waaronder binnen een Landschapselement ook dunnen en afzetten worden verstaan.