-
Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
-
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in de Omgevingswet.
-
De vergunning kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningsplicht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
-
Het verbod uit het eerste lid geldt niet op een supportersplein dat door de burgemeester is aangewezen op grond van artikel 2:44b.
Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Paragraaf Horeca
Paragraaf Overige bedrijven
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Voetbal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en/of erven op basis van wapens, illegaal gokken e.d.
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Extreme vrieskou
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en de natuur
Hoofdstuk Overige te regelen onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:4B
Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
-
Het verbod in het eerste lid van artikel 2:4 A is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:10;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:16;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats is verleend.
-
Het verbod in het eerste lid van artikel 2:4 A is voorts niet van toepassing op voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
-
Het verbod in het eerste lid van artikel 2:4A is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Artikel 2:4C
Vrijstellingen
-
Het verbod in het eerste lid van artikel 2:4 A is niet van toepassing op de volgende categorieën van voorwerpen, mits wordt voldaan aan het ingevolge het tweede en derde lid van artikel 2:4 C bepaalde:
Uitstallingen
Terrassen
Bouwobjecten
Reclameborden
Plantenbakken en banken
Door of in opdracht van de gemeente te plaatsen voorwerpen ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen;
Bouw- of projectborden, mits geplaatst op of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd en voor de duur van de werkzaamheden;
Nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.
-
Degene die voornemens is de in artikel 2:4 C onder c en g bedoelde voorwerpen te plaatsen, doet daarvan uiterlijk 7 dagen tevoren een digitale of schriftelijke melding aan het college.
-
Het college kan in het belang van het bepaalde in het derde lid van artikel 2:4 A nadere regels stellen ten aanzien van de categorieën van voorwerpen als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:4 C.
Artikel 2:5
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
De vergunning wordt verleend:
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een omgevingsplan; of
door het college in de overige gevallen.
-
Het verbod is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:6
(Omgevings)vergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen
-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen.
-
Het college kan categorieën van uitwegen aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid niet geldt.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Tevens geldt het bepaalde in het eerste lid niet indien het om een locatie gaat waarvan in een door het college vastgesteld definitief ontwerp de uitwegen (in- en uitritten) in zijn totaliteit zijn opgenomen.
-
De vergunning kan worden geweigerd:
In het belang van de verkeersveiligheid.
In het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Ter bescherming van openbare groenvoorzieningen.
In het belang van de veiligheid en het doelmatig gebruik van de weg.