1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:31 wordt aangevraagd door de exploitant met gebruikmaking van en door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. In de aanvraag voor de vergunning en in de vergunning worden in ieder geval vermeld:

    1. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de beheerder/leidinggevende;

    2. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder/leidinggevende;

    3. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder/leidinggevende gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

    4. voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd;

    5. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

    6. het nummer van inschrijving van het bedrijf in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    7. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.

  3. De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

  4. Per bedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.