In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dit besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

  2. Inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4.2 tot en met 4.5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  3. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  4. collectieve festiviteit: openbare feestelijkheid die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden. Tot collectieve feestdagen zijn te rekenen oudjaarsnacht, carnavalsweek vrijdag t/m dinsdag en koningsnacht;

  5. incidentele festiviteit: openbare feestelijkheid of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  6. geluidsgevoelige gebouwen: Woningen en verblijfsruimten binnen onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, psychiatrische inrichting en kinderdagverblijven. Onder verblijfsruimte wordt verstaan:

    • leslokalen en theorie(vak)lokalen van onderwijsgebouwen;

    • onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede ruimten voor patiëntenhuisvesting van ziekenhuizen en verpleeghuizen;

      onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven;

  7. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt;

  8. ballon: een voorwerp dat door middel van open vuur, helium of andere gassen opstijgt en zonder sturing wegdrijft.