In deze afdeling wordt verstaan onder:
kruiwagens, rolstoelen, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;
parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;
voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:
treinen en trams;
fietsen en bromfietsen;
gehandicaptenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.