1. Het is verboden te venten:

    1. op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen plaatsen; of

    2. op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen dagen en uren.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

  3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  5. Het verbod is voorts niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

  6. In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.