-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Afzetten: onderhouds- c.q. beheermaatregel binnen een Landschapselement, in de vorm van het periodiek kappen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud, waarbij de houtopstand tot op enkele (tientallen) centimeters boven de grond wordt afgezaagd met als doel, naast eventuele houtoogst, het verjongen van de houtopstand ter verbetering en bestendiging van het ecologisch functioneren van de houtopstand.
Bevoegd gezag: Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Omgevingswet.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor bomen, op basis van landelijke richtlijnen als neergelegd in het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen.
Boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven met een minimale hoogte van 200 centimeter en een duidelijke - al dan niet betakte - stam en een duidelijke kroon, met dien verstande dat, indien een duidelijke kroon ontbreekt als gevolg van het knotten deze houtopstand tevens wordt aangemerkt als boom.
Boom op basis van herplant- en instandhoudingsplicht: boom die is aangelegd op basis van aan de omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van houtopstanden verbonden voorschrift tot herplant en instandhouding.
Boomvormers: Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken.
Dendrologie: de studie van bomen, heesters en in het algemeen houtachtige gewassen.
Dunnen: onderhouds- c.q. beheermaatregel binnen een Landschapselement, in de vorm van kap als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en instandhouding van de overblijvende houtopstand waardoor een betere structuur in de houtopstand wordt gecreëerd, met als doel, naast eventuele houtoogst, het bevorderen van de groeiomstandigheden (zowel boven- als ondergronds) van de overblijvende houtopstanden en eventueel het beïnvloeden van de soortensamenstelling ter verbetering en bestendiging van het ecologisch functioneren van de houtopstand, een en ander met behoud van het boskarakter.
Groengebied: Een gebied met een duidelijke ruimtelijke samenhang en begrenzing, waarin zich meerdere bomen bevinden en dat een uitgesproken groene functie heeft en/of specifiek is ingericht ten behoeve van een kwalitatieve verblijfservaring in het groen.
Herplantplan: Plan waaruit blijkt dat door herplant van een houtopstand een evenredige compensatie plaats vindt van de waarde(n) die met het vellen van een waardevolle houtopstand verloren gaat/gaan.
Houtopstanden: Een of meer bomen, boomvormers, andere houtachtige gewassen, Groengebieden en/of Landschapselementen.
Kruidlaag: Vegetatielaag tot maximaal 135 centimeter hoog, gelegen tussen struiklaag en moslaag, waarin zich vooral kruidachtige planten bevinden en jonge planten die kunnen doorgroeien naar de struik- of boomlaag.
Landschapselement: Een lijn- of vlakvormig element dat bestaat uit één of meer bomen, een struiklaag, een kruidlaag, een moslaag en/of een strooisellaag.
Moslaag: Vegetatielaag van planten tot maximaal 10 centimeter hoog, waar vooral mossen, schimmels en kiemplanten groeien.
Periodiek regulier onderhoud: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen hakhout.
Strooisellaag: Dat deel van de bodem waar afgevallen bladeren, vruchten en ander organisch materiaal ter plaatse verteren (ook wel humus genoemd).
Struiklaag: Vegetatielaag tot maximaal 800 centimeter hoog, gelegen tussen boomlaag en kruidlaag, waarin zich vooral struiken, klimplanten en jonge bomen bevinden.
Vellen: rooien; kappen; kandelaberen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van knotten of kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die tot de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand kunnen leiden.
Waardevolle houtopstanden: Houtopstanden die op basis van aanwezige waarde(n) worden beschouwd als behoudenswaardig en/of houtopstanden die zijn/moeten worden aangeplant op basis van een herplantplicht.
Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Paragraaf Horeca
Paragraaf Overige bedrijven
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Voetbal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en/of erven op basis van wapens, illegaal gokken e.d.
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Extreme vrieskou
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en de natuur
Hoofdstuk Overige te regelen onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 4:8
Waardevolle houtopstanden
-
Het college wijst houtopstanden aan als Waardevolle houtopstanden, mits de conditie en de groeiruimte van de houtopstand aanvaardbaar zijn en de houtopstand beschikt over één of meer van de volgende waarden:
Cultuurhistorie;
Stedenbouw en/of landschap;
Ecologie;
Klimaat;
Dendrologie.
-
Het college wijst houtopstanden aan als Waardevolle houtopstanden als deze houtopstanden zijn/moeten worden aangeplant op basis van een herplantplicht, als bedoeld in artikel 4.12 of 4.14.
-
De Waardevolle houtopstanden worden na aanwijzing als bedoeld in lid 1 en 2, opgenomen op de ‘Bomenkaart; vergunningplichtige houtopstanden’
-
Het besluit als bedoeld in lid 1 en 2 wordt voorbereid met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure. Tegen dit besluit is bezwaar en (hoger)beroep mogelijk op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
-
Op besluit als bedoeld in lid 1 en 2 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:9
Ambtshalve of op verzoek aanwijzen Waardevolle houtopstanden
-
Het college kan zowel ambtshalve als op verzoek van een belanghebbende besluiten tot het aanwijzen van Waardevolle houtopstanden, mits:
De houtopstand zich niet bevindt binnen in artikel 4:18 genoemde afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij er sprake is van verjaring van het recht om de verwijdering te vorderen, en
wordt voldaan aan artikel 4:8, lid 1.
-
Een verzoek of het ambtshalve voornemen, als bedoeld in lid 1, wordt
door de aanvrager voorzien van een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de houtopstand(en) beschikt over één of meer van de waarden als bedoeld in artikel 4:8 lid 1;
op de gebruikelijke wijze openbaar bekend gemaakt;
aan de eigenaar zo spoedig mogelijk bekend gemaakt en daarbij wordt de eigenaar in de gelegenheid gesteld daarop een reactie kenbaar te maken, indien deze niet zelf om de aanwijzing heeft verzocht.
-
Voor houtopstanden waarvoor een verzoek dan wel een ambtshalve voornemen als bedoeld in lid 1 van toepassing is, treedt een verbod op het (doen) vellen van de houtopstanden in werking vanaf de dag waarop het verzoek of het ambtshalve voornemen bekend is gemaakt. Dit verbod wordt opgeheven indien het college de houtopstanden niet aanwijst als Waardevolle houtopstand.
-
Het besluit als bedoeld in lid 1 wordt ook bekend gemaakt aan de eigenaar, indien deze niet zelf om de aanwijzing heeft verzocht.
-
Op een besluit als bedoeld in lid 1 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdige beslissing) niet van toepassing.
Artikel 4:10
Verbod op het vellen van Waardevolle houtopstanden
-
Het is verboden om Waardevolle houtopstanden, als bedoeld in artikel 4:8, te (doen) vellen.
-
Het in het eerste lid bedoelde verbod op het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden is niet van toepassing op:
binnen een Groengebied gelegen houtopstanden met een stamomtrek van maximaal 64 cm, gemeten op een hoogte van 130 centimeter boven het maaiveld, waarbij in het geval van meerstammigheid de omtrek van de dikste stam wordt gemeten;;
Houtopstanden waarvoor een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij het Omgevingsplan is bepaald.
houtopstanden die moeten worden geveld op grond van de Plantziektenwet of een aanschrijving van het bevoegd gezag;
periodiek onderhoud van houtopstanden, waaronder binnen een Landschapselement ook dunnen en afzetten worden verstaan.
Artikel 4:11
Ontheffing
-
Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod uit artikel 4:10 door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden.
-
Een ontheffing als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan slechts bij uitzondering worden verleend, als:
uit een integrale afweging is gebleken dat er een zwaarder wegend belang bestaat dan het belang van behoud van de Waardevolle houtopstand en alternatieven voor behoud goed zijn onderzocht en niet haalbaar zijn gebleken, of
naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.
-
Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden kan worden ingediend door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken.
-
Afhankelijk van de reden van aanvraag om een ontheffing als bedoeld in lid 1, moet de aanvraag voorzien zijn van:
een Bomen Effect Analyse, om aan te tonen dat en hoe de te behouden houtopstanden in de omgeving van de uit te voeren werkzaamheden duurzaam worden behouden;
een deskundigenrapportage over de vitaliteit en/of de stabiliteit van de Waardevolle houtopstand, om aan te tonen dat en in welke mate er sprake is van een verminderde vitaliteit en/of stabiliteit bij de Waardevolle houtopstand waar de aanvraag betrekking op heeft. Tevens moet uit deze deskundigenrapportage blijken wat de oorzaak is van de verminderde vitaliteit of stabiliteit;
een deskundigenrapportage over het verplanten van de Waardevolle houtopstand, om de haalbaarheid van het verplanten aan te tonen en om aan te tonen welke (voorbereidings)maatregelen hiervoor nodig zijn en genomen worden.
-
Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden moet voorzien zijn van een Herplantplan waarin wordt aangegeven hoe de compensatie plaatsvindt van de waarden van de te (doen) vellen houtopstanden.
-
Indien de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1, op het moment van aanvraag redelijkerwijs, bijvoorbeeld bij acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid, niet beschikt over een herplantplan en de wel verstrekte gegevens voldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag wordt, in afwijking van hetgeen bepaald in lid 3 van dit artikel, het herplantplan op een later tijdstip, doch niet later dan 6 weken na de beslissing op de aanvraag, overlegd.
-
Op het moment dat de omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden onherroepelijk is worden de Waardevolle houtopstanden verwijderd van de ‘Bomenkaart; vergunningplichtige houtopstanden’ (bijlage 1).
Artikel 4:12
Herplant-/instandhoudingsplicht
-
Aan de omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van houtopstanden kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden overgegaan tot geheel of gedeeltelijke herplant, al dan niet overeenkomstig het bij aanvraag overlegde en door het college goedgekeurde Herplantplan.
-
Het bevoegd gezag kan aan de herplantplicht als bedoeld in het eerste, een redelijke termijn verbinden waarbinnen eventuele niet aangeslagen herplant moet worden vervangen en op welke wijze.
-
Indien redelijkerwijs niet (volledig) kan worden voldaan aan de herplantplicht kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel en aan de omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van houtopstanden het voorschrift verbinden dat een financiële bijdrage wordt gestort.
Artikel 4:13
Moment benutting omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden die is verleend in relatie tot (bouw)werkzaamheden, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat pas mag worden overgegaan tot het (doen) vellen van houtopstanden bij het starten van de (bouw)werkzaamheden.
Artikel 4:14
Illegaal vellen / tenietgaan van houtopstanden
-
Als zonder omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van Waardevolle houtopstanden is overgegaan tot het (laten) vellen van deze Waardevolle houtopstanden, dan wel dat deze Waardevolle houtopstanden op andere wijze teniet zijn gegaan, kan het bevoegd gezag aan de eigenaar of aan de overtreder indien deze niet de eigenaar van de Waardevolle houtopstand is, de verplichting opleggen dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen moet worden herplant.
-
Indien redelijkerwijs niet (volledig) kan worden voldaan aan de herplantplicht uit lid 1, kan het bevoegd gezag, in afwijking van lid 1, aan de eigenaar of aan de overtreder indien deze niet de eigenaar van de Waardevolle houtopstand is, de verplichting opleggen dat moet worden overgegaan tot het storten van een financiële bijdrage.
-
Indien Waardevolle houtopstanden in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de eigenaar of aan de overtreder indien deze niet de eigenaar van de Waardevolle houtopstand is, de verplichting opleggen om:
overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;
een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.
-
De eigenaar of de overtreder indien deze niet de eigenaar van de Waardevolle houtopstand is, is verplicht het bevoegd gezag onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:
het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van deze houtopstanden, anders dan door het (doen) vellen op grond van een verleende omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van houtopstanden;
omstandigheden die het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van deze houtopstanden tot gevolg kunnen hebben, zoals de uitvoering van werkzaamheden.
Artikel 4:15
Schadevergoeding
Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17 van de Boswet.