Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Paragraaf Horeca
Paragraaf Overige bedrijven
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Voetbal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en/of erven op basis van wapens, illegaal gokken e.d.
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Extreme vrieskou
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en de natuur
Hoofdstuk Overige te regelen onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Geluidhinder en verlichting

Artikel 4:1:a

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dit besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

  2. Inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4.2 tot en met 4.5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  3. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  4. collectieve festiviteit: openbare feestelijkheid die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden. Tot collectieve feestdagen zijn te rekenen oudjaarsnacht, carnavalsweek vrijdag t/m dinsdag en koningsnacht;

  5. incidentele festiviteit: openbare feestelijkheid of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  6. geluidsgevoelige gebouwen: Woningen en verblijfsruimten binnen onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, psychiatrische inrichting en kinderdagverblijven. Onder verblijfsruimte wordt verstaan:

    • leslokalen en theorie(vak)lokalen van onderwijsgebouwen;

    • onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede ruimten voor patiëntenhuisvesting van ziekenhuizen en verpleeghuizen;

      onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven;

  7. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt;

  8. ballon: een voorwerp dat door middel van open vuur, helium of andere gassen opstijgt en zonder sturing wegdrijft.

Artikel 4:1:b:

Aanwijzing collectieve dagen voor inrichtingen met als hoofdfunctie “Horeca” binnen de singels (centrumhoreca) en buurthuizen

  1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor collectieve festiviteiten voor in totaal 7 dagen per kalenderjaar in plaats daarvan gelden afwijkende normen.

  2. De collectieve dagen zoals hierboven beschreven zijn enkel van toepassing voor inrichtingen met horeca als hoofdfunctie binnen de singels. Voor overige functies die vallen onder de regeling (sport- recreatie-inrichtingen en horecagelegenheden buiten de singels en buurthuizen) wordt verwezen naar artikel 4:1:c:

  3. Tijdens het van toepassing zijn van een collectieve festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is opgenomen in onderstaande tabel.

  4. De geluidnorm als bedoeld in het vierde lid heeft betrekking op versterkte muziek, waarbij nog gecorrigeerd moet worden voor muziekgeluid (10 dB) alvorens getoetst wordt aan de grenswaarde. Correctie voor het feit dat de inrichting niet een gehele etmaalperiode in bedrijf is (bedrijfsduurcorrectie) is op deze waarde niet van toepassing.

  5. Tijdens een collectieve festiviteit, zijn normen voor het maximaal geluiddrukniveau (LA;Max) niet van toepassing.

  6. Op collectieve dagen gelden verruimde geluidnormen tot uiterlijk 01:00 uur. Dit tijdstip op de navolgende dag wordt beoordeeld als behorende bij de dag van de festiviteit. Na dat tijdstip zijn de reguliere normen uit het Besluit weer van kracht.

  7. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid bij inpandige festiviteiten blijven ramen en deuren gesloten behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  8. De burgemeester kan besluiten het organiseren van een collectieve festiviteit geheel of gedeeltelijk te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 4:1:c:

Kennisgeving incidentele festiviteiten (sport-, recreatieinrichtingen, horecagelegenheden buiten de singels en buurthuizen)

  1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste drie werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Het is een sportinrichting toegestaan maximaal 6 incidentele activiteiten per kalenderjaar te houden waarbij baanverlichting tot 01.00u in bedrijf mag zijn, mits de houder van de inrichting ten minste drie werkdagen voor aanvang van de activiteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  3. Het college van B&W stelt een webformulier beschikbaar voor het doen van een kennisgeving.

  4. Voor een goede beoordeling van de kennisgeving moet de kennisgeving in ieder geval de volgende gegevens bevatten:

    • naw-gegevens aanvrager;

    • datum van de incidentele festiviteit;

    • aard van de incidentele festiviteit.

  5. Tenminste vijf werkdagen voor de aanvang van de incidentele festiviteit stelt de houder van de inrichting omwonenden binnen een straal van 100 meter van de inrichting in kennis.

  6. Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit, mag het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de waarden die zijn opgenomen in tabel opgenomen in artikel 4:1:b lid 3.

  7. Indien door omstandigheden de gemelde festiviteit niet doorgaat, dan neemt aanvrager contact op met gemeente Breda. In overleg blijft de geluidruimte via verruimde geluidnormen beschikbaar voor initiatiefnemer.

  8. Het geluidsniveau als bedoeld in het zesde lid heeft betrekking op zowel versterkte als onversterkte muziek, waarbij nog gecorrigeerd moet worden voor muziekgeluid (10 dB) voor getoetst wordt aan de grenswaarde. Bedrijfsduurcorrectie is op deze waarde niet van toepassing.

  9. Tijdens incidentele festiviteiten als bedoeld in het eerste lid, zijn normen voor het maximaal geluiddrukniveau (LA;Max) niet van toepassing.

  10. Tijdens incidentele festiviteiten eindigen de verruimde geluidnormen om 01:00 uur. Dit tijdstip op de navolgende dag wordt beoordeeld als behorende bij de dag van de festiviteit

  11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid bij inpandige festiviteiten blijven ramen en deuren gesloten behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  12. De incidentele festiviteiten dienen, uitgezonderd geluidnormen, plaats te vinden in overeenstemming met het omgevingsplan, omgevingsvergunning en overige wetten die van toepassing zijn voor de inrichting.

  13. De burgemeester kan besluiten het organiseren van een incidentele festiviteit geheel of gedeeltelijk te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 4:2:

Overige geluidshinder (Algemeen)

Algemeen

  1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het College van B&W kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018