1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting te exploiteren wat in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan onder waterpijpcafé als deze inrichtingen zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid;

  2. Het is verboden, zonder vergunning van de burgemeester een inrichting te exploiteren in een gebied als bedoeld in artikel 2:16, tweede lid;

  3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een horecainrichting te exploiteren als bedoeld in artikel 6a van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen.

  4. De vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid geldt, met uitzondering van de waterpijpcafés, niet voor een inrichting waarvoor een vergunning verplicht is als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet en of voor een inrichting die zich bevindt in:

    1. een museum;

    2. een zorginstelling;

    3. een bibliotheek;

    4. een buurthuis;

    5. een inrichting in een school;

    6. een bedrijfskantine- of restaurant.

  5. In aanvulling op het bepaalde in het vierde lid kan de burgemeester categorieën inrichtingen aanwijzen die worden vrijgesteld van de vergunningplicht.

  6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.