Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Paragraaf Horeca
Paragraaf Overige bedrijven
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Voetbal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en/of erven op basis van wapens, illegaal gokken e.d.
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en woonoverlast
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling Extreme vrieskou
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en de natuur
Hoofdstuk Overige te regelen onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Overige bedrijven

Artikel 2:29

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 2:15, niet zijnde een sex-inrichting, of een daarbij behorend perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is;

  2. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  3. beheerder / leidinggevende: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft over de bedrijfsmatige activiteiten.

Artikel 2:30

Gebiedsaanwijzing

De burgemeester kan ter bescherming van de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid in de gemeente of een deel daarvan of in en rondom een gebouw, bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod als bedoeld in artikel 2:31 van toepassing is voor:

  1. de hele gemeente; of

  2. een door de burgemeester aangewezen gebied in de gemeente; of

  3. een gebouw.

Artikel 2:31

Vergunningsplicht

  1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester:

    1. een bedrijf te exploiteren wat in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan onder smartshop, headshop, belshop of internetcafé te exploiteren;

    2. een bedrijf uit te oefenen indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van artikel 2:30 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft; of

    3. een bedrijf uit te oefenen in een door de burgemeester op grond van artikel 2:30 aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten.

  2. De vergunningplicht als genoemd in het eerste lid, onder b, is bij aanwijzing van wat in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan onder camping of recreatiepark niet van toepassing op (mini-)campings met plaats voor 15 kampeerplaatsen of minder.

  3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:32

Vergunningsaanvraag

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:31 wordt aangevraagd door de exploitant met gebruikmaking van en door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. In de aanvraag voor de vergunning en in de vergunning worden in ieder geval vermeld:

    1. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de beheerder/leidinggevende;

    2. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder/leidinggevende;

    3. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder/leidinggevende gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

    4. voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd;

    5. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

    6. het nummer van inschrijving van het bedrijf in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    7. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.

  3. De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

  4. Per bedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.

Artikel 2:33

Wijzigingen in bedrijf

  1. De exploitant is verplicht iedere verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens uiterlijk binnen 2 weken aan de burgemeester te melden.

  2. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning als het bedrijf aan alle vereisten voldoet.

Artikel 2:34

Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:31 weigeren indien:

  1. niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:32 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;

  2. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, daaronder vallen;

  3. indien het een bedrijf betreft als bedoeld in artikel 2:29, onder a, de exploitant en de beheerder/leidinggevende niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan beheerder/leidinggevende gestelde eisen;

  4. de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  5. de exploitant of beheerder/leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag het bedrijf een bedrijf of inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;

  6. dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

  7. naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van het bedrijf nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  8. de bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan;

  9. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 2:35

Vergunningverlening

De burgemeester verleent op de aanvraag als bedoeld in artikel 2:32 de vergunning als er geen weigeringsgronden zijn als genoemd in artikel 2:34.

Artikel 2:36

Afwijking sluitingstijden en sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in het geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer bedrijven, tijdelijk andere dan de voor de betreffende bedrijven geldende sluitingstijden vaststellen.

  2. De burgemeester kan een bedrijf, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:

    1. het bedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning als bedoeld in artikel 2:31;

    2. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

  3. De burgemeester kan de opgelegde sluiting opheffen indien later bekend geworden feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Artikel 2:37

Aanwezigheid in gesloten bedrijf

Het is verboden een overeenkomstig artikel 2:36 gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

Artikel 2:38

Aanwezigheid leidinggevende in bedrijf

Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder/leidinggevende aanwezig is.

Artikel 2:39

Intrekkingsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:31 intrekken of wijzigen:

  1. in het geval van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:29, onder a, de exploitant of beheerder/leidinggevende niet meer voldoet aan de eisen als genoemd in artikel 2:34, onder c;

  2. indien de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften die verbonden zijn aan de in artikel 2:31 genoemde vergunning; of

  3. indien de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

  4. indien er in het bedrijf strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of

  5. indien aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of

  6. indien zich in of vanuit het bedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het bedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf; of

  7. indien er sprake is van een wijziging in de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 2:31 is verstrekt en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:33; of

  8. indien de bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan; of

  9. indien er sprake is van de omstandigheid en een geval, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  10. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, hieronder vallen.

Artikel 2:40

Vervallen vergunning

  1. Een ingevolge artikel 2:31 door de burgemeester verstrekte vergunning vervalt indien:

    1. de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning was verstrekt voor een periode langer dan 6 maanden is of wordt gestaakt, behalve indien dit is ten gevolge van langdurige ziekte van de exploitant;

    2. een vergunning, strekkende ter vervanging van een op basis van artikel 2:31 verstrekte vergunning, is verleend.

  2. Van het feit dat de vergunning is vervallen op grond van het bepaalde in het eerste lid doet de burgemeester mededeling aan hem op wiens naam de vergunning is gesteld.

Artikel 2:41

College als bevoegd orgaan

Indien een inrichting geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2:42

Overgangsbepaling

Bij een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:30 geldt, in afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 2:31, het hierin genoemde verbod voor de in het aanwijzingsbesluit genoemde bedrijfsmatige activiteiten, 3 maanden na de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van de inwerkingtreding van het besluit tot het weigeren of intrekken van een aangevraagde vergunning voor zover dat eerder is.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018