Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging en anderen
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen en dergelijke op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op Speelautomaten, Speelautomatenhallen en Gamecentra
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Overlastgevende personen en woonoverlast
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs,- en slotbepalingen

Afdeling

Parkeerexcessen

Artikel 5:1

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990);

  2. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen.

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van bedrijven

  1. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    1. drie of meer voertuigen, met of zonder reclameopschrift, die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een dezer voertuigen, dan wel;

    2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  2. Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  3. Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend:

    1. voertuigen waarin herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of

    2. voertuigen gebruikt voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.

  4. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een defect voertuig mede begrepen een niet van een kenteken voorzien voertuig, voor zover voor het rijden met het betrokken voertuig het voeren van zodanig kenteken wettelijk verplicht is.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5:6

Caravans en dergelijke

  1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.

  2. Het college kan wegen en weggedeelten aanwijzen waar het onder het eerste lid gestelde verbod niet geldt.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:7

Parkeren van reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing van 07.00 tot 19.00 uur.

  4. De verboden in het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

  5. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

  6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:9

Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:10

Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen

  1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

  2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Dit verbod is niet van toepassing:

    1. op de weg;

    2. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;

    3. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:12

Overlast van fiets of bromfiets

  1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de volksgezondheid aangewezen wegen of weggedeelten fietsen of bromfietsen:

    1. onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan; of

    2. langer dan twee weken aaneengesloten onbeheerd te laten staan.

  2. Het is verboden op of aan de weg fietsen of bromfietsen hinderlijk te parkeren, zoals:

    1. op zodanige wijze voor of tegen een gebouw, dat daardoor voor een bewoner of gebruiker van dat gebouw de toegang of het uitzicht wordt belemmerd;

    2. op zodanige wijze op een voetpad of trottoir, dat daardoor de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;

    3. op geleidelijnen die op de weg zijn aangebracht ten behoeve van visueel gehandicapten;

    4. op zodanige wijze dat daardoor het in- en uitstappen bij tram, bus taxi of gehandicaptenplaats gehinderd of belemmerd wordt;

    5. op zodanige wijze dat daardoor de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt;

    6. tegen monumenten of gedenktekens; of

    7. op een zodanige wijze dat daardoor de doorgang en opbouw op een markt wordt gehinderd of belemmerd.

Artikel 5:12a

Vergunningsplicht deeltweewielers

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig fietsen of bromfietsen voor gebruik door derden op de weg te plaatsen.

  2. Het college stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, als het aantal aanvragen het maximaal aantal vergunningen te verlenen overtreft, waarbij in ieder geval regels worden gesteld betreffende:

    1. de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag;

    2. de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning.

  3. Het college bepaalt het maximum aantal te verlenen vergunningen met in achtneming van maximaal 1 geëxploiteerd voertuig per 100 inwoners.

  4. Één aanbieder, mag maximaal 50 procent van het in lid 3 genoemde maximum aantal voertuigen exploiteren.

  5. Ter bepaling van de in het derde lid inwoneraantal wordt als peildatum 1 januari van het jaar dat de vergunning wordt aangevraagd gebruikt.

  6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:12b

Weigering vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de vergunning: als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend.

Artikel 5:12c

De vergunning

  1. De vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal vijf jaar.

  2. Het college vermeldt in de vergunning in ieder geval:

    1. de naam van de vergunninghouder;

    2. de locaties en deelgebieden waar deeltweewielers geplaatst mogen worden;

    3. het aantal en type toegestane fietsen of bromfietsen.

  3. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden met betrekking tot het voorkomen van overlast en openbare orde verstoring.

Artikel 5:12d

Schorsing, intrekking en wijziging vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het college de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen als gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

  2. De vergunning vervalt van rechtswege als:

    1. binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van deeltweewielers;

    2. de exploitatie van deeltweewielers voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest.

  3. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel reeds onder dit artikel vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten eerst drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130)