Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging en anderen
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen en dergelijke op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op Speelautomaten, Speelautomatenhallen en Gamecentra
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Overlastgevende personen en woonoverlast
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs,- en slotbepalingen

Afdeling

Evenementen

Artikel 2:24

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Binnenstad: het gebied omsloten door de Broersvest, de Koemarkt, water van de Buitenhaven, water van de Nieuwe Haven, water van de Noordvestgracht, het water van de Schie, het Overschieseplein, de Emmastraat, de Singel en het Emmaplein.

  2. Evenement: een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, waarbij evenementen worden onderverdeeld in:

    1. A-evenement, laag risico-evenement, met een beperkte impact op de omgeving en het verkeer;

    2. B-evenement, gemiddeld risico-evenement, met een verhoogde impact op de omgeving of gevolgen voor het verkeer;

    3. C-evenement, hoog risico-evenement, met een grote impact op de omgeving/regio of het verkeer;

    4. meldingsplichtig evenement: een evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, maar wel een meldingsplicht geldt.

  3. Onder evenement wordt niet verstaan:

    1. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9;

    2. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    3. bioscoopvoorstellingen;

    4. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en activiteiten als bedoeld in afdeling 10 van deze verordening;

    5. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

    6. het organiseren van een verrichting van vermaak in een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27, dat beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28, dan wel in een van vergunningplicht vrijgesteld horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28b, mits deze verrichting van vermaak behoort tot de bij deze vergunning toegestane vorm van exploitatie respectievelijk de gebruikelijke exploitatiewijze.

  4. Onder evenement wordt mede verstaan:

    1. een braderie of een markt, niet zijnde een markt als bedoeld in het tweede lid onder b of in artikel 5:22 van de APV;

    2. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.

    3. een herdenkingsplechtigheid;

    4. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;

  5. Organisator: de natuurlijke- of rechtspersoon die een evenement organiseert of als eerste verantwoordelijke aan de evenementorganisatie leiding geeft.

Artikel 2:25

Evenementenvergunning

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een A, B of C-evenement te organiseren.

  2. Onverminderd het bepaald in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. naar zijn oordeel noch door het stellen van voorschriften, noch door de zijdens de organisator voorgestelde maatregelen, onevenredige schade aan de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu kan worden voorkomen.

    2. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politiecapaciteit zijn inziens een onevenredig beroep op de beschikbare formatie doet.

    3. het B- of C-evenement niet vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, is aangemeld voor de regionale evenementenkalender.

  3. Onverminderd het bepaald in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als:

    1. de volledige aanvraag om de vergunning , als het een A-evenement betreft, korter dan vier weken vóór het tijdstip waarop de vergunning nodig is, is aangevraagd;

    2. de volledige aanvraag om de vergunning , als het een B-evenement betreft, korter dan acht weken vóór het tijdstip waarop de vergunning nodig is, is aangevraagd;

    3. de volledige aanvraag om de vergunning , als het een C-evenement betreft, korter dan twaalf weken vóór het tijdstip waarop de vergunning nodig is, is aangevraagd.

    4. het B- of C-evenement niet voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, is aangemeld.

  4. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25a

Meldingsplichtig evenement

  1. Geen vergunning is vereist voor evenementen, als:

    1. er niet meer dan 300 personen (medewerkers, deelnemers en bezoekers) tegelijkertijd aanwezig zijn;

    2. die plaatsvinden tussen 08.00 uur en 24.00 uur of op zondag, indien het een evenement op een openbare plaats betreft, tussen 13.00 uur en 24.00 uur;

    3. eventueel (muziek)geluid op een openbare plaats, zondag tot en met donderdag niet later dan 22:00 uur en vrijdag en zaterdag niet tot later dan 23:00 uur ten gehore wordt gebracht;

    4. die niet langer dan zeven aaneengesloten dagen duren;

    5. die niet plaatsvinden op een rijbaan, (brom)fietspad of op een andere manier een belemmering vormen voor het verkeer, de hulpdiensten of lijndiensten van het openbaar vervoer;

    6. slechts kleine objecten, met een totale oppervlakte van 25m2 worden geplaatst. Podiumblokken mogen niet hoger zijn dan 1 meter.

    7. met de onder c bedoelde (muziek)geluid wordt in ieder geval bedoeld: akoestisch, onversterkt (muziek)geluid waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geen geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. De vrijstelling van de vergunningsplicht als bedoeld in lid 1 geldt niet voor:

    1. braderieën en markten als bedoeld in artikel 2:24 lid 3 onder b;

    2. optochten in de Binnenstad;

    3. evenementen die plaatsvinden op Koningsdag, tijdens de Brandersfeesten of andere C-evenementen en op 31 december, tenzij deze evenementen niet in de directe omgeving van voornoemde evenementen plaatsvinden;

    4. evenementen die plaatsvinden op 4 mei na 18.00 uur, behalve herdenkingen in het kader van de nationale dodenherdenking; en

    5. evenementen die plaatsvinden op de locatie Grote Markt, met uitzondering van kleinschalige activiteiten bij trouwerijen.

  3. Het is verboden om een meldingsplichtig evenement te organiseren als niet minimaal 14 dagen voorafgaand aan het evenement een schriftelijke melding is gedaan aan de burgemeester.

  4. De burgemeester kan het organiseren van een meldingsplichtig evenement als bedoeld in het eerste lid verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 2:25b

Nadere regels, organiseren van een evenement

Het college kan in het belang van de veiligheid, volksgezondheid en het milieu, nadere regels vaststellen met betrekking tot het organiseren en het veilige verloop van een evenement.

Artikel 2:26

Verboden gedragingen bij evenementen

  1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

  2. Het is verboden om bij evenement, al dan niet op het evenemententerrein, op of aan de openbare weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren.

  3. Het is verboden deel te nemen aan een evenement of voor bezoekers om bij een evenement aanwezig te zijn of te blijven:

    1. waarvoor geen vergunning is verleend;

    2. als het een evenement betreft als bedoeld in artikel 2:25a, dat niet of niet tijdig is gemeld of dat door de burgemeester is verboden op grond van artikel 2:25a, derde lid;

    3. als er wordt afgeweken van de in de aanvraag of bij de melding verstrekte gegevens, dan wel van de naderhand aan de burgemeester verstrekte nadere gegevens;

    4. als er wordt gehandeld in strijd met door de burgemeester aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel nadere regels als bedoeld in artikel 2:25b;

    5. als er door de burgemeester een bevel is gegeven tot onverwijlde beëindiging van het evenement.

  4. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.

  5. Het verbod in het vierde lid is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:26a

Verbod gebruik wegwerpplastic

Het is voor organisatoren van evenementen verboden om tijdens evenementen gebruik te maken van wegwerpplastic.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130)