1. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waarin een of meer van de volgende categorieën openbare inrichtingen wordt vrijgesteld van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2:28:

    1. horecabedrijven behorende bij logiesverstrekkers, kantoren (bedrijfskantines), scholen, musea, religieuze instellingen, verzorgings- en verpleegtehuizen, ziekenhuizen, rouwcentra en crematoria, voor zover:

      • deze uitsluitend in gebruik zijn of dienen ter ondersteuning van de bedrijfsvoering;

      • deze zijn gericht op personen die van de hoofdfunctie gebruikmaken; en

      • geen terras wordt geëxploiteerd.

    2. horecabedrijven behorende bij niet commerciële verenigingen en stichtingen voor sport en recreatie, voor zover:

      • deze uitsluitend in gebruik zijn of dienen ter ondersteuning van de doelstellingen van de betreffende vereniging of stichting;

      • deze zijn gericht op leden, medebeoefenaars van de betreffende discipline en toeschouwers van wedstrijden en overige verenigingsactiviteiten; en

      • een eventueel terras is gelegen aan of nabij het (kantine-)gebouw en binnen het complex waarop de betreffende statutaire doelstelling wordt uitgeoefend, niet zijnde de openbare weg.

    3. horecabedrijven behorende bij commerciële sport- en recreatieclubs, voor zover:

      • deze uitsluitend in gebruik zijn of dienen ter ondersteuning van de bedrijfsvoering;

      • deze zijn gericht op personen die van de hoofdfunctie gebruikmaken;

      • geen sterke drank wordt geschonken; en

      • geen terras wordt geëxploiteerd.

    4. horecabedrijven behorende bij winkels als bedoeld in de Winkeltijdenwet, voor zover:

      • het verkopen van etenswaren of drinkwaren mede tot de hoofdactiviteiten van de bedrijfsvoering behoort;

      • de horeca-activiteiten naar hun aard en omvang ondergeschikt zijn aan en overeenkomen met de in de onder a genoemde activiteiten;

      • de openingstijden van het horecabedrijf of de horeca-activiteiten gelijk zijn aan de openingstijden van de winkel;

      • er geen sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet worden verstrekt; en

      • een eventueel terras:

        1. is gesitueerd direct aan of langs de voorgevel van het bedrijfspand;

        2. bestaat uit niet meer dan 4 zitplaatsen met een diepte van maximaal 1m vanaf de gevel; en

        3. het uiterlijk aanzien van het terras voldoet aan door de burgemeester vastgestelde criteria.

    5. overige horecabedrijven, niet zijnde coffeeshops, voor zover :

      • zij gesloten zijn voor bezoekers tussen 22:00 uur en 07:00 uur noch gedurende deze periode bezoekers in het horecabedrijf laten verblijven;

      • er geen sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet wordt verstrekt; en

      • een terras:

        1. is gesitueerd direct aan of langs de voorgevel van het bedrijfspand;

        2. bestaat uit niet meer dan 4 zitplaatsen met een diepte van maximaal 1m vanaf de gevel; en

        3. het uiterlijk aanzien van het terras voldoet aan door de burgemeester vastgestelde criteria.

  2. De exploitant van een horecabedrijf, bedoeld in het eerste lid onder d en e, meldt uiterlijk 14 dagen voor aanvang van exploitatie, bij de burgemeester het voornemen een horecabedrijf te exploiteren.

  3. Het is verboden om zonder of in afwijking van een melding zoals bedoeld in het tweede lid een horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid onder d en e te exploiteren.

  4. De burgemeester kan een horecabedrijf aanwijzen waar de vrijstelling bedoeld in artikel 2:28b eerste lid niet geldt.

  5. Artikel 2:28a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in dit artikel bedoelde horecabedrijven.

  6. Het in het eerste lid onder e gestelde, is niet van toepassing op horecabedrijven waarvan de aanvraag om een exploitatievergunning is geweigerd wegens het niet voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 2:28a.