1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning, als:

    1. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. Hierbij wordt een bij de openbare inrichting behorend terras buiten beschouwing gelaten;

    2. de exploitant(-en) of leidinggevende(n) niet voldoen aan de eisen die bij en krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, van de Alcoholwet worden gesteld, met dien verstande dat de minimale leeftijd van 18 jaar is bereikt, tenzij het exploitanten en leidinggevenden ten behoeve van een coffeeshop betreffen die in dat geval de minimale leeftijd van 21 jaar moeten hebben bereikt.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:

    1. het karakter van de straat en van de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal komen te liggen;

    2. de aard van de openbare inrichting;

    3. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting;

    4. de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant(en) en leidinggevende(n) van de openbare inrichting in deze openbare inrichting of in andere openbare inrichtingen.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en lid 2 van dit artikel, kan de burgemeester als de vergunningaanvraag (tevens) een terras betreft, de hiertoe benodigde ingebruikneming van de openbare plaats weigeren:

    1. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    2. als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

    3. wanneer er al een exploitatievergunning is verleend voor een terras op de aangevraagde locatie.