Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging en anderen
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen en dergelijke op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op Speelautomaten, Speelautomatenhallen en Gamecentra
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Overlastgevende personen en woonoverlast
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs,- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op Speelautomaten, Speelautomatenhallen en Gamecentra

Artikel 2:39

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. behendigheidsautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder b van de Wet;

  2. besluit: het Speelautomatenbesluit 2000;

  3. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  4. gamecenter: een inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van behendigheids- of kermisautomaten te laten beoefenen en waar geen kansspelautomaten aanwezig zijn;

  5. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet;

  6. kansspelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet;

  7. kermisautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30a, tweede lid van de Wet;

  8. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet;

  9. leidinggevende:

    • de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de speelautomatenhal wordt geëxploiteerd; of

    • de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de speelautomatenhal.

  10. speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet;

  11. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te laten beoefenen, zoals bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b van de Wet, al dan niet ondersteund met behendigheids- of kermisautomaten;

  12. Wet: de Wet op de kansspelen;

Artikel 2:40

Aantal speelautomaten

  1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

  2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

  3. In een speelautomatenhal zijn maximaal 150 speelautomaten toegestaan.

  4. In een gamecenter zijn maximaal 150 behendigheids- of kermisautomaten toegestaan.

Artikel 2:40a

Vergunningplicht speelautomatenhal en gamecenter

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal of gamecenter te exploiteren.

  2. Van de vergunning bedoeld in het eerste lid wordt er ten hoogste één vergunning verleend voor een speelautomatenhal en ten hoogste twee voor gamecentra.

  3. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt getoetst aan de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  4. Het college stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in ieder geval regels worden gesteld betreffende:

    1. de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag;

    2. de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40b

Weigering vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning:

  1. als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend;

  2. als de exploitatie strijd oplevert met het omgevingsplan;

  3. als de speelautomatenhal of het gamecenter niet zal worden geëxploiteerd in het door de gemeenteraad, op bijlage 3, aangewezen gebied;

  4. als de speelautomatenhal of het gamecenter niet rechtstreeks vanaf de openbare weg of vanaf een centrale entree voor het publiek toegankelijk is;

  5. als de exploitant of leidinggevende de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt;

  6. als een exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Besluit;

  7. als door de aanwezigheid van de speelautomatenhal of het gamecenter naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

Artikel 2:40c

De vergunning

  1. De vergunning wordt verleend voor de duur van vijftien jaar.

  2. De burgemeester vermeldt in de vergunning in ieder geval:

    1. de naam van de vergunninghouder

    2. de naam van elke exploitant en leidinggevende;

    3. de locatie waar de speelautomatenhal is gevestigd;

    4. het aantal en type vergunde speelautomaten;

    5. een omschrijving van de inrichting met vermelding van de oppervlakte(n).

  3. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden met betrekking tot:

    1. de openingstijden;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal of het gamecenter en op de directe omgeving van de inrichting;

    3. het voorkomen van overlast en openbare orde verstoring;

    4. de exploitatie van de speelautomatenhal of het gamecenter;

    5. de wijze waarop de exploitant verslaving dient te voorkomen.

  4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt aan elke vergunning het voorschrift verbonden dat:

    1. het verboden is de speelautomatenhal of het gamecenter voor publiek geopend te houden als er geen, op de vergunning vermelde, exploitant of leidinggevende in de inrichting aanwezig is;

    2. als een exploitant of leidinggevende zijn hoedanigheid als zodanig verliest, de vergunninghouder dat binnen 7 dagen aan de burgemeester meldt;

  5. De vergunninghouder is verplicht de vergunning of een afschrift daarvan in de speelautomatenhal aanwezig te hebben.

Artikel 2:40d

Leeftijdsgrenzen

  1. Het is verboden in een speelautomatenhal de aanwezigheid toe te laten van een bezoeker als niet is vastgesteld dat deze de leeftijd als bedoeld in artikel 30u, eerste lid onder a van de wet heeft bereikt.

  2. Het is verboden in een gamecenter de aanwezigheid toe te laten van een bezoeker als niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, tenzij die bezoeker wordt begeleid en onder direct toezicht staat van een persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

  3. De vaststelling van de leeftijd:

    1. geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet op de identificatieplicht;

    2. blijft achterwege, als de persoon onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt.

Artikel 2:40e

Schorsing, intrekking en wijziging vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen als:

    1. de ondernemingsvorm wijzigt;

    2. gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. een exploitant of leidinggevende, vermeld op de vergunning, niet meer als zodanig functioneert;

    4. de exploitant of de leidinggevende niet meer voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2:40b, onder f;

    5. aannemelijk is, dat een exploitant of een leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal of het gamecenter, die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de volksgezondheid of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal of het gamecenter;

    6. een exploitant of leidinggevende strafbare feiten in de speelautomatenhal of het gamecenter pleegt, dan wel toestaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal of het gamecenter strafbare feiten worden gepleegd;

    7. een exploitant of leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht, seksuele geaardheid of religie;

    8. zich in de speelautomatenhal of het gamecenter anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de speelautomatenhal of het gamecenter ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.

  2. De vergunning vervalt van rechtswege als:

    1. geen van de op de vergunning vermelde exploitanten nog als zodanig functioneert;

    2. binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van de speelautomatenhal;

    3. de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest.

Artikel 2:40f

Gokken op de openbare weg

Het is verboden op of aan de weg op enigerlei wijze om geld of geldwaarde te spelen.

Artikel 2:40g

Sluiting overlastgevende gokpanden

  1. Als de rechthebbende op of de beheerder van een inrichting een perceel of perceelgedeelte of in enige andere ruimte waarover diegene de beschikking heeft, toestaat of gedoogt, dat daarin een kansspel wordt gespeeld waarop artikel 1 van de Wet van toepassing is en waarvoor op grond van die Wet geen vergunning is verleend, kan de burgemeester, als naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of aantasting van het woon- en leefklimaat is vereist, de sluiting van die inrichting, dat perceel of perceelgedeelte of die ruimte bevelen.

  2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang of toegangen van de inrichting, het perceel, het perceelgedeelte of de andere ruimte. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht.

  3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten inrichting, perceel of perceelgedeelte of enige andere ruimte te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven.

  6. Onder bezoekers wordt voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan:

    1. de levenspartner en kinderen van de rechthebbende of beheerder, alsmede zijn elders wonende bloed- of aanverwanten of die van zijn levenspartner in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

    2. de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting, het perceel of perceelsgedeelte of de andere ruimte wegens dringende redenen strikt noodzakelijk is.

  7. De sluiting kan op aanvraag van de belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen, die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden

Artikel 2:40h

Schorsing, intrekking en wijziging van een vergunning

[vervallen]

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130)