Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging en anderen
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen en dergelijke op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op Speelautomaten, Speelautomatenhallen en Gamecentra
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Overlastgevende personen en woonoverlast
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs,- en slotbepalingen

Afdeling

Veiligheid op de weg

Artikel 2:14

Winkelwagentjes

  1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:

    1. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en

    2. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

  2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 2:15

Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:16

Openen straatkolken en dergelijke

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:21

Voorzieningen voor verkeer en verlichting

  1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Artikel 2:21a

Verwijdering en dergelijke van voorzieningen voor verkeer- en verlichting

  1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of een andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Artikel 2:22

Objecten onder hoogspanningslijn

  1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.

  2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.

Artikel 2:22a

Valschermspringen

  1. Het is verboden zonder toestemming van het college uit een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig te springen met een valscherm.

  2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Luchtverkeer, het Luchtverkeersreglement en de regeling valschermspringen.

Artikel 2:23

Veiligheid op het ijs

  1. Het is verboden:

    1. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;

    2. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 2:23a

Verboden slaapverblijf

Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130)