1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen als:

    1. de ondernemingsvorm wijzigt;

    2. gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. een exploitant of leidinggevende, vermeld op de vergunning, niet meer als zodanig functioneert;

    4. de exploitant of de leidinggevende niet meer voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2:40b, onder f;

    5. aannemelijk is, dat een exploitant of een leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal of het gamecenter, die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de volksgezondheid of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal of het gamecenter;

    6. een exploitant of leidinggevende strafbare feiten in de speelautomatenhal of het gamecenter pleegt, dan wel toestaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal of het gamecenter strafbare feiten worden gepleegd;

    7. een exploitant of leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht, seksuele geaardheid of religie;

    8. zich in de speelautomatenhal of het gamecenter anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de speelautomatenhal of het gamecenter ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.

  2. De vergunning vervalt van rechtswege als:

    1. geen van de op de vergunning vermelde exploitanten nog als zodanig functioneert;

    2. binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van de speelautomatenhal;

    3. de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest.