Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging en anderen
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen en dergelijke op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op Speelautomaten, Speelautomatenhallen en Gamecentra
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Overlastgevende personen en woonoverlast
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs,- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Algemene bepalingen

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;

  2. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.

  3. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

  4. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  5. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam;

  6. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  7. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  8. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;

  9. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  10. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

  11. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten;

  12. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

  13. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

  1. Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

    1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

    5. de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie; of

    6. de houder dit verzoekt.

  2. De duur van de vergunning of ontheffing kan worden gewijzigd naar bepaalde tijd als de vergunning of ontheffing is verleend voor onbepaalde tijd, het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

  1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2025 (BPR2500211/25BW000130)