In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Bezoeker: een ieder, die zich in een horecabedrijf bevindt, met uitzondering van:

    1. de exploitant(en) en de levenspartner en kinderen van de exploitant(en) van het horecabedrijf;

    2. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het wetboek van strafrecht;

    3. de personen wier tegenwoordigheid in het horecabedrijf wegens dringende omstandigheden vereist wordt;

    4. leidinggevenden/werknemers/personen in loondienst van het horecabedrijf of een schoonmaakbedrijf, in verband met (schoonmaak)werkzaamheden.

  2. Centrum: het gebied dat op de in bijlage 1 opgenomen kaart is aangegeven.

  3. Coffeeshop: een openbare inrichting primair gericht op verstrekking van cannabisproducten;

  4. Exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  5. Exploitatievergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid;

  6. Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  7. Leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin het horecabedrijf wordt geëxploiteerd;

    2. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van het horecabedrijf.

  8. Openbare inrichting:

    1. horecabedrijven, inhoudende de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder horecabedrijf wordt mede verstaan een bij het horecabedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;

    2. voor publiek openstaande lokaliteiten, die niet uitsluitend als woning of winkel worden gebruikt, voor zover daar regelmatig of op gezette tijden:

      • amusement of ontspanning wordt aangeboden, met uitzondering van een speelautomatenhal of een gamecenter.

  9. Paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet.

  10. Restaurant: een openbare inrichting primair gericht op verstrekking van driecomponentenmaaltijden.

  11. Terras: een buiten de besloten ruimte liggend gedeelte van een horecabedrijf, waar sta- of zitgelegenheid wordt geboden om tegen vergoeding dranken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse te nuttigen.

  12. Terrasmeubilair: alle attributen die in de openbare ruimte worden geplaatst ten behoeve van de exploitatie van het terras, waaronder in ieder geval: stoelen, krukken, banken, tafels, statafels, tonnen, parasols, terrasafscherming zoals schermen, hekwerk en plantenbakken, staande asbakken, menuborden, uitklapborden, overig reclame- en displaymateriaal, vrijstaande terrasverwarming

  13. Stationsgebied: het gebied dat op de in bijlage 2 opgenomen kaart is aangegeven.