1. De vergunning wordt ingetrokken als:

    1. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, onder a tot en met h;

    4. de vergunninghouder dat verzoekt;

    5. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6;

  2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken:

    1. als is gehandeld in strijd met de artikelen 3:9, vijfde lid, onder h, 3:12, 3:15, 3:17 of 3:18 eerste lid en tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder i;

    2. als is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    3. als in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    4. als een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of leidinggevende is geworden;

    5. als is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens de hoofdstuk van deze verordening gestelde bepalingen;

    6. als is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

    7. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    8. als de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting;

    9. als zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid of de woon- en leefomgeving;

    10. als de veiligheid of de gezondheid van werkzame personen of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het seksbedrijf;

    11. als de exploitant of de leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

    12. als de exploitant of de leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    13. als er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    14. als gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.