1. Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor geen vergunning wordt verleend.

  2. Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde gebieden kan het college ontheffing verlenen voor het innemen van een standplaats met een verplaatsbare verkoopinrichting voor de verkoop van de navolgende (seizoensgebonden) producten in de volgende perioden:

    1. ijs 1 maart tot en met 31 oktober (inrichting maximaal 10 m²);

    2. haring 1 mei tot en met 1 augustus (inrichting maximaal 10 m²);

    3. oliebollen 1 oktober tot en met 15 januari;

    4. kerstbomen 6 december tot en met 24 december;

    5. bloemen gehele jaar (alleen op zaterdag) (inrichting maximaal 10 m²);

    6. kortlopende standplaatsen met een incidenteel karakter voor de promotie van een product of dienst (inrichting maximaal 10 m²).