De burgemeester kan de exploitatievergunning wijzigen of intrekken als:
een exploitant, zoals vermeld op de exploitatievergunning, niet meer als zodanig functioneert;
een leidinggevende, zoals vermeld op de exploitatievergunning, niet meer als zodanig functioneert of niet meer voldoet aan artikel 2:28a, eerste lid, onder b;
de ondernemingsvorm wijzigt;
er sprake is van een gewijzigde exploitatiewijze;
binnen zes maanden na de datum van het verlenen van een exploitatievergunning niet is gestart met de vergunde exploitatie van de openbare inrichting;
de exploitatie van de openbare inrichting voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken.