1. Het college kan woningbemiddeling aanwijzen waarop het verbod uit het tweede lid van artikel 2:40w van toepassing is.

  2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats als naar het oordeel van het college:

    1. huurders of gebruikers worden uitgebuit of onevenredig benadeeld;

    2. de leefbaarheid, de volksgezondheid, de openbare orde of de veiligheid onder druk staan;

    3. het welzijn van huurders of gebruikers onder druk staat; of

    4. er zich strafbare feiten voordoen.

  3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan zich beperken tot:

    1. de woningbemiddeling van één of meer bemiddelingsbedrijven;

    2. de woningbemiddeling inzake één of meer woningen binnen een straat, wijk of gebied;

    3. alle woningbemiddeling binnen een straat, wijk of gebied;

    4. een bepaalde vorm van woningbemiddeling al dan niet beperkt tot een straat, wijk, of gebied; of

    5. een of meer onder verantwoording van of in opdracht van een bemiddelingsbedrijf of meerdere bemiddelingsbedrijven werkende natuurlijke personen of rechtspersonen.

  4. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid welke betrekking heeft op alle woningbemiddeling binnen een wijk of gebied of op (een) bepaalde vorm(en) van woningbemiddeling binnen de gehele gemeente geschiedt niet eerder voordat de gemeenteraad hierover vooraf is geïnformeerd.