Algemene plaatselijke verordening Eindhoven BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 5:31a

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het RVV 1990.

  • weg: weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5:32

Crossterreinen

  1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd of, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden of daaraan deel te nemen, of een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen terreinen onder de door hen gestelde voorwaarden voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

  3. het voorkomen of beperken van overlast;

  4. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

  5. bescherming van het milieu;

  6. de veiligheid van de deelnemers van de bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

  7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Artikel 5:33

Beperking verkeer in natuurgebieden

  1. Het is verboden zich met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of paard te bevinden in door burgemeester en wethouders aangewezen publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen op door hen aangeduide tijden.

  2. Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, fietsers of berijders van paarden:

  3. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

  4. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen;

  5. die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

  6. van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen;

  7. voor bezoek van en voor de verzorging van de onder d. bedoelde personen.

  8. Het verbod geldt ook niet:

  9. op wegen;

  10. binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Noord-Brabant aangewezen stiltegebieden.

  11. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen.

  12. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Eindhoven