1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, als de organisator van dat evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

    3. Daarnaast kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien:

    a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten;

    b. de persoon van de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop voor het evenement,

    c. in de door de burgemeester en wethouders vastgestelde reserveringskalender evenementen al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de directe nabijheid daarvan, of;

    d. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie of het evenement niet voldoet aan het locatieprofiel dat het college voor die locatie heeft vastgesteld.

    4. Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de procedure, voorwaarden en criteria voor plaatsing op de reserveringskalender evenementen.

  3. Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening Noord-Brabant 2010.

  4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  5. Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.