1. Het is verboden op een openbare plaats:

  2. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

  3. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers, of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen of aan de rechthebbende van een winkelbedrijf of openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, onnodig overlast of hinder berokkent.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.